Manifesteren blijft hot, ondanks magere opkomst voor betogingen tegen rookverbod en kernenergieBrussel l Afgelopen weekend trokken cafébazen de Brusselse straat op tegen het rookverbod, tegenstanders van kernenergie riepen dan weer op tot een verantwoord energiebeleid. Overweldigend was de opkomst bepaald niet, maar betogen is en blijft een inherent deel van de Belgische genetica.
Misschien was het gewoon te warm om te betogen. De cafébazen zagen de bui al hangen. Een zonnig paasweekend waarin de horeca overuren draait, het bleek niet meteen het meest geschikte moment om veel volk op de been te brengen voor een betoging tegen het rookverbod op café, dat op 1 juli ingaat. Naar schatting een kleine 800 manifestanten trokken zaterdagochtend de Brusselse straten op om hun ongenoegen kenbaar te maken, niet bepaald de duizendtallen waar de organisatoren vooraf stoutmoedig op gehoopt hadden. Overigens toonden ze zich teleurgesteld in de beperkte steun van Ho.Re.Ca Vlaanderen, waardoor ze overwegen een eigen belangenvereniging op te richten, die zich specifiek richt op cafés.
De betoging tegen kernenergie op zondagnamiddag deed het met 1.500 tot 2.000 manifestanten beter, maar bepaald indrukwekkend zijn die cijfers nu ook niet, zeker niet in het perspectief van de grote antinucleaire manifestaties in bijvoorbeeld Duitsland. Medeorganisator Klimaat en Rechtvaardigheid toont zich evenwel niet helemaal ontevreden. "De timing was niet ideaal. We zien deze betoging als een eerste stap. Bedoeling is om voor de volgende acties meer samen te werken met organisaties als Bond Beter Leefmilieu en Greenpeace."
Weinig betoogervaring
Wie hen geen ongelijk geeft, is Jeroen Van Laer. Als medewerker van Stefaan Walgrave (Universiteit Antwerpen) onderzoekt hij protestmanifestaties. "1.500 man op een zonnige paasdag is niet weinig", meent hij. "Dat de opkomst tegen het rookverbod tegenviel, heeft te maken met de timing en het publiek: mensen van wie we vermoeden dat ze weinig ervaring hebben met betogingen, waardoor de drempel een pak hoger wordt. Ook de organisatoren hadden weinig of geen ervaring met manifestaties. Daarbij leeft bij het publiek ook het gevoel dat het kalf al verdronken is, terwijl de beslissing over kernenergie nog hangende is. Er is daar meer ruimte om de eisen kracht bij te zetten."
Dat de betoging als drukkingsmiddel passé is, gelooft Van Laer dan ook niet. Integendeel zelfs. "Wat het aantal thema's en aanwezigen op manifestaties betreft, klopt dat zeker niet. We werken aan een oplijsting van manifestaties in Brussel en uit de allereerste resultaten blijkt dat mensen net sneller overgaan tot een betoging om hun punt te maken. Decennia geleden kleefde op een betoger nog het etiket 'marginaal', tegenwoordig gaan zelfs advocaten de straat op. Elke dag krijgen de Brusselse straten maar liefst twee of drie manifestaties te verwerken, de politie daar werkt op routine. Wel is de opkomst kleiner dan vroeger, want de betogingen worden fragmentarischer."
Van Laer maakt de vergelijking met de jaren 1980. Ook toen was het kerndebat bijzonder actueel, al lokte het wel duizenden burgers de straat op. "Niet alleen waren de betogers tegen kernraketten, velen voelden ook een diep ongenoegen tegen de heersende waarden van een oudere generatie. De betoging was voor al die mensen het moment waarop zij dat ongenoegen konden uiten. Vandaag kan en mag betogen, en is het bijna een morele verplichting. Voor elk ongenoegen wordt wel een manifestatie georganiseerd, vandaar de fragmentatie. Daarmee lijkt die manier van actievoeren ook wat aan kracht in te boeten, want de macht van het getal blijft toch cruciaal."
Tot voor kort was ook de noodzaak tot betogen minder hoog. "Ten tijde van de verzuiling gebruikte je de geijkte kanalen om je probleem te verhelpen. Vandaag bestaan die kanalen niet meer en is de responsabilisering bij politici afgenomen, wat maakt dat mensen sneller grijpen naar alternatieven om hun eisen kenbaar te maken. Zoals een petitie of de straat."
"Media-aandacht is cruciaal", weet Van Laer. "Best is nog een aantal acties op voorhand te organiseren, zeg maar een campagnemaand met een betoging als hoogtepunt." Ook actief mobiliseren blijkt de sleutel. "Wat vaak terugkomt bij bevragingen bij organisatoren, is het belang van het meetrekken van de vriendenkring. Mensen moeten hun omgeving duidelijk maken dat hun bijdrage zinvol is."
Vaak komt Van Laer ook kleine organisaties tegen, die vooral hun tijd investeren in het mobiliseren van grote bewegingen. "Een strategie die je duidelijk zag bij de betogingen tegen de Irak-oorlog in 2003. De vredesbeweging mobiliseerde geen mensen, maar organisaties als de vakbond, die op hun beurt hun hele achterban meesleurden."
© 2011 De Persgroep Publishing

