Peter Van Aelst en Tom Louwerse: N-VA en PVV spreken harde taal, maar stemmen netjes meeHet einde van het compromis is de titel van een boekje dat journalist Bart Eeckhout van De Morgen schreef en waarvan u een verkorte versie kon lezen in de krant van afgelopen weekend (DM 26/11). Het essay gaat in op de parallellen tussen de Vlaamse en Nederlandse politiek. Eeckhout zoomt met name in op het succes van Geert Wilders (PVV) en Bart De Wever (N-VA) en ontwaart bij beide heren en hun partij een opvallend gelijkenis: een radicale afwijzing van het politieke establishment en in het bijzonder het daarbij horende politieke compromis. Twittergewijs samengevat: "De Wever weigert compromis met de Franstaligen en Wilders sluit enkel compromis als het hem uitkomt." Als gevolg daarvan zit België al meer dan 520 dagen zonder regering en wordt Nederland gegijzeld door de willekeur van de 'grote gedoger'. Bovendien lijken de kiezers in de lage landen beide politieke boegbeelden te steunen in hun afwijzing van ondoorzichtige compromissen.
Vruchtbaar jaar
Hoewel Eeckhout zijn stelling met de nodige nuance omkleedt, is het volgens hem nieuw "dat er nu partijen opgestaan zijn die die compromisloosheid uit de marge naar het hart van de politiek gebracht hebben als hun belangrijkste electorale verkoopargument". Met die centrale stelling van Eeckhout zijn we het niet eens: het einde van het compromis is niet nabij. Sterker nog, we zien tekenen, in binnen- en buitenland, dat compromisvorming springlevend is. Laten we beginnen in België. Het klopt allicht dat het afsluiten van een regeerakkoord, het ultieme politieke compromis, moeilijker is geworden. De radicale opstelling van de N-VA is hier ongetwijfeld medeverantwoordelijk voor. Politiek wordt echter niet alleen bedreven aan de formatietafel. België mag dan al een tijdje wachten op een nieuwe regering, ondertussen is er in parlement wel aan politiek gedaan. Het lijkt er zelfs op dat de Kamer van Volksvertegenwoordigers een bijzonder vruchtbaar jaar achter de rug heeft. Uit de eerste resultaten van ons onderzoek naar het stemgedrag van parlementsleden sinds de verkiezingen van 2010 blijkt dat de N-VA zich opvallend compromisbereid heeft getoond.
De N-VA stemde in 71% van de stemmingen mee met de meerderheid. Dat is wel lager dan de partijen van de ontslagnemende coalitie (rond de 95%), maar hoger dan bijvoorbeeld de sp.a (62%) of Ecolo (54%). Opmerkelijk is dat de N-VA erg vaak meestemt met de publiekelijk verfoeide Franstalige socialisten (63%), zelfs vaker dan met het Vlaams Belang (60%). Bovendien zijn er het afgelopen jaar meer wisselmeerderheden gevormd dan normaal. Het lijkt erop dat de afwezigheid van het 'grote' compromis (het regeerakkoord), meer kleine compromissen mogelijk heeft gemaakt. In de Nederlandse Tweede Kamer toont de PVV van Wilders zich opvallend welwillend tegenover het kabinet dat hij gedoogt. Wilders stemt meestal keurig mee met de coalitie van liberalen (VVD) en christendemocraten (CDA), maar hij combineert deze constructieve houding wel met een kritische, confronterende houding op terreinen die buiten het gedoogakkoord vallen. Leidse politicologen bestempelden deze strategie eerder als loyaal (op die onderwerpen die in het gedoogakkoord staan) maar met een scherpe rand (op die onderwerpen die daarbuiten vallen). Het laat de partij, zoals Eeckhout opmerkt, toe om haar anti-establishment karakter te tonen aan haar achterban, maar als er echt besluiten moeten worden genomen, verruilt de PVV haar stevige taal voor een compromis.
Dat het compromis niet is afgeschreven zien we ook buiten de lage landen. In landen waar traditioneel één partij aan de macht is worden nu coalitieregeringen gesloten. Onder druk van de economische crisis (zoals in Griekenland) of omdat de kiezer de kaarten wat meer heeft verspreid (zoals in England). De keuze was niet van harte, maar op geen enkel moment werd een alternatief voor een compromis tussen de voornaamste partijen ernstig overwogen. Misschien staat het compromis nog het meest onder druk in de VS waar Republikeinen en Democraten, aangewakkerd door extreem partijdige media, de laatste tijd op alle niveaus steeds moeilijker tot compromissen komen. Maar tegelijk wijzen alle peilingen erop dat de doorsnee Amerikaan van zijn politici verwacht dat ze partijverschillen overstijgen. Een compromis dus. Partijen met een populistisch, anti-establishmentdiscours zijn niet langer een modeverschijnsel, maar steeds meer onderdeel van elke westerse consensusdemocratie. Deze nieuwkomers hanteren een andere stijl en afwijkende politieke gewoontes. Maar even opvallend is hun grote bereidheid om zich aan te passen aan de regels van het spel. In het geval van de PVV en de N-VA valt dit onder meer op bij het kijken naar hun woorden en daden in het parlement. Daar tonen ze zich ijverig en compromisbereid.
Het probleem met het politiek compromis ligt niet zozeer in de afwezigheid als wel in de ontkenning ervan. De traditionele partijen proberen vrijwel elk compromis te verkopen als een overwinning. Ze verdedigen het alsof het hun eerste keus was. Zoals Eeckhout het terecht stelt: "De nogal zinloze ontkenning dat er aan de onderhandelingstafel altijd water bij de wijn wordt geschonken, leidt net tot meer wantrouwen bij de kiezers". Het compromis vormt integraal onderdeel van politiek; partijen kunnen dat maar beter gewoon toegeven.

