Gedragscode voor advocaten van de Europese Gemeenschap

(CCBE, aangenomen 28 november 1998)

Aangenomen door de vertegenwoordigers van de 18 delegaties van de Europese Unie in de plenaire vergadering van de CCBE te Lyon op 28 november 1998.

 In pdf af te laden op http://www/storme.be/GedragscodeCCBE 1998.pdf

Wijzigingen - update : zie http://www.storme.be/beslissing CCBE 06.12.2002.pdf

INHOUD

1. INLEIDING

1.1. De taak van de advocaat
1.2. De aard van de gedragsregels
1.3. De doelstellingen van de gedragscode
1.4. Toepassingsgebied ratione personae
1.5. Toepassingsgebied ratione materiae
1.6. Definities

2. ALGEMENE BEGINSELEN

2.1. Onafhankelijkheid
2.2. Vertrouwen en persoonlijke integriteit
2.3. Het beroepsgeheim
2.4. Het inachtnemen van de gedragsregels van andere balies
2.5. Onverenigbaarheden
2.6. Persoonlijke publiciteit
2.7. Belang van de cliënt

2.8. Beperking van de aansprakelijkheid van de advocaat ten aanzien van de cliënt

3. VERHOUDING TOT DE CLIENT

3.1. Begin en einde van de betrekkingen met de cliënt
3.2. Tegenstrijdige belangen
3.3. Pactum de quota litis
3.4. Vaststelling van het honorarium
3.5. Voorschotten op honorarium en verschotten
3.6. Verdeling van honoraria met iemand die geen advocaat is
3.7. Oplossing aangepast aan het belang van de zaak, en in aanmerking komen voor rechtsbijstand
3.8. Gelden van derden
3.9. Verzekering voor beroepsaansprakelijkheid

4. VERHOUDING TOT DE RECHTER

4.1. Regels die gelden voor het optreden tegenover de rechter
4.2. Contradictoir karakter van de procedure
4.3. Eerbied voor de rechterlijke macht
4.4. Onjuiste of misleidende inlichtingen
4.5. Toepasselijkheid t.a.v. arbiters en personen die soortgelijke functies uitoefenen

5. BETREKKINGEN TUSSEN ADVOCATEN ONDERLING

5.1. Confraterniteit
5.2. Samenwerking tussen advocaten van verschillende lidstaten
5.3. Briefwisseling tussen advocaten
5.4. Honorarium voor introducties
5.5. Contact met tegenpartij
5.6. Verandering van advocaat
5.7. Financiële aansprakelijkheid
5.8. Opleiding van jonge advocaten
5.9. Geschillen tussen advocaten van verschillende lidstaten

Bijlage: principe-verklaring van de CCBE inzake het beroepsgeheim van advocaten en de wetgeving met betrekking tot het witwassen van geld

1. Inleiding

1.1 De taak van de advocaat
In een maatschappij, die gegrondvest is op de eerbied voor gerechtigheid, heeft de advocaat een voorname rol. Deze is niet beperkt tot het getrouwelijk uitvoeren van een opdracht binnen het kader van de wet. In een rechtsstaat is de advocaat onontbeerlijk voor de rechtsbedeling en voor de rechtzoekenden, wier rechten en vrijheden hij moet verdedigen; hij is zowel de raadsman als de verdediger van zijn cliënt.
Zijn taak legt hem velerlei plichten en verplichtingen op, die soms met elkaar in tegenspraak schijnen te zijn, en wel jegens:
- de cliënt;
- de rechterlijke en andere instanties, waarvoor de advocaat zijn cliënt bijstaat of vertegenwoordigt;
- zijn beroepsgroep in het algemeen en iedere beroepsgenoot in het bijzonder;
- het publiek, voor wie een vrij en onafhankelijk beroep, gebonden door het eerbiedigen van de regels, die de beroepsgroep zichzelf heeft opgelegd, een wezenlijk middel is voor het waarborgen van de rechten van de mens tegen de staat en andere gezagdragers.

1.2 De aard van de gedragsregels

1.2.1 Door hun vrijwillige aanvaarding beogen de gedragsregels een goede uitoefening van de taak van de advocaat te waarborgen, een taak, die erkend wordt onontbeerlijk te zijn voor het goed functioneren van iedere samenleving. Het niet-naleven ervan zal uiteindelijk moeten leiden tot een disciplinaire maatregel.

1.2.2 Iedere balie heeft haar eigen specifieke regels, die geworteld zijn in haar eigen tradities. Zij zijn aangepast zowel aan de organisatie en het werkterrein van de advocaat in de betrokken lidstaat, als aan de gerechtelijke en administratieve procedures en de nationale wetgeving. Het is noch mogelijk noch wenselijk, ze daarvan te vervreemden en evenmin te pogen regels, die zich daartoe niet lenen, te veralgemenen. De bijzondere regels van elke balie hebben niettemin betrekking op dezelfde waarden en geven veelal blijk van een gemeenschappelijke grondslag.

1.3 De doelstellingen van de gedragscode

1.3.1 De voortschrijdende integratie van de Europese Unie en het Europees economisch Gebied, en de intensivering van de grensoverschrijdende activiteiten van de advocaat binnen het Europees economisch Gebied hebben het in het algemeen belang noodzakelijk gemaakt uniforme regels vast te stellen, die voor iedere advocaat in het Europees economisch Gebied gelden voor zijn grensoverschrijdende activiteiten, ongeacht tot welke balie hij behoort. De vaststelling van zulke regels heeft met name ten doel de moeilijkheden te verminderen die voortvloeien uit de toepassing van twee stelsels van gedragsregels, zoals bepaald in artikel 4 van de Richtlijn 77/249 d.d. 22 maart 1977.

1.3.2 De beroepsorganisaties van advocaten, verenigd in de CCBE, spreken de wens uit dat de navolgende vastgestelde regels:
- van nu af aan erkend zullen worden als de uiting van de gemeenschappelijke overtuiging van alle balies van de Europese Unie en het Europees economisch Gebied;
- ten spoedigste volgens nationale procedures en/of procedures van het Europees economisch Gebied toepasselijk zullen worden verklaard op de grensoverschrijdende activiteiten van de advocaat in de Europese Unie en het Europees economisch Gebied;
- dat zij in acht zullen worden genomen bij iedere herziening van interne gedragsregels met het oog op een geleidelijk harmonisatie daarvan.

Zij spreken voorts de wens uit dat hun interne gedragsregels zo veel mogelijk zullen worden geïnterpreteerd en toegepast overeenkomstig de onderhavige gedragscode.
Wanneer de regels van de onderhavige gedragscode toepasselijk zijn verklaard op zijn grensoverschrijdende activiteiten, blijft de advocaat onderworpen aan de gedragsregels van de balie waartoe hij behoort, voorzover deze in overeenstemming zijn met die van de onderhavige gedragscode.

1.4 Toepassingsgebied ratione personae

De hierna volgende regels zullen gelden voor de advocaten van de Europese Unie en het Europees economisch Gebied, zoals bepaald door de Richtlijn 77/249 van 22 maart 1977.

1.5 Toepassingsgebied ratione materiae

Onverminderd het streven naar een geleidelijke harmonisatie van de gedragsregels die slechts nationaal toepasselijk zijn, zullen de navolgende regels van toepassing zijn op de grensoverschrijdende activiteiten van de advocaat binnen de Europese Unie en het Europees economisch Gebied.

Onder grensoverschrijdende activiteiten wordt verstaan:
a. Alle professionele contacten met advocaten uit andere lidstaten;
b. De activiteiten van de advocaat in een andere lidstaat, ook al begeeft hij zich niet daarheen.

1.6 Definities

In deze code hebben de hierna vermelde uitdrukkingen de volgende betekenis:
`Lidstaat van herkomst´ betekent de lidstaat van de balie waartoe de advocaat behoort.
`Lidstaat van ontvangst´ betekent elke andere staat waarin de advocaat grensoverschrijdende activiteiten verricht.
`Bevoegde autoriteit´ betekent de beroepsorganisatie(s) of autoriteit van de betrokken lidstaat, bevoegd om de beroeps- en/of gedragsregels te bepalen en het disciplinaire toezicht over de advocaten uit te oefenen.

2. Algemene beginselen

2.1 Onafhankelijkheid

2.1.1 Het veelvoud van verplichtingen, dat op de advocaat rust, vereist zijn absolute onafhankelijkheid, vrij van alle druk, in het bijzonder van de druk van eigen belangen of van beïnvloedingen van buitenaf. Deze onafhankelijkheid is even noodzakelijk voor het vertrouwen in de rechtsbedeling als de onpartijdigheid van de rechter. De advocaat moet derhalve elke aantasting van zijn onafhankelijkheid vermijden en er voor waken de beroepsethiek niet te veronachtzamen om zijn cliënt, de rechter of derden welgevallig te zijn.

2.1.2 Deze onafhankelijkheid is zowel bij adviserende als bij gerechtelijke werkzaamheden noodzakelijk, omdat het door de advocaat gegeven advies geen enkele werkelijke waarde heeft als het slechts gegeven is uit eigen belang, om een ander een plezier te doen of onder druk van buitenaf.

2.2 Vertrouwen en persoonlijke integriteit

Een vertrouwensrelatie kan niet bestaan als er twijfel heerst aan de eerlijkheid, de rechtschapenheid, de onkreukbaarheid
of de oprechtheid van de advocaat. Voor hem zijn deze traditionele deugden beroepsverplichtingen.

2.3 Het beroepsgeheim

2.3.1 Het ligt in het wezen van de taak van de advocaat, dat hem van de zijde van zijn cliënt geheimen worden toevertrouwd en dat hem vertrouwelijke mededelingen worden gedaan.
Zonder de waarborg van het beroepsgeheim kan er geen vertrouwen bestaan. Het beroepsgeheim wordt derhalve erkend als essentieel en fundamenteel recht en plicht van de advocaat. De verplichting van de advocaat met betrekking tot het beroepsgeheim dient zowel de belangen van de rechtsbedeling als de belangen van de cliënt. Deze verplichting dient derhalve door de Staat te worden beschermd.

2.3.2 De advocaat moet de geheimhouding eerbiedigen van elke vertrouwelijke mededeling die hem wordt gedaan in het kader van zijn beroepsactiviteiten.

2.3.3 Deze verplichting is naar tijdsduur onbeperkt.

2.3.4 De advocaat zorgt ervoor dat zijn personeel en alle personen die met hem in beroepsverband samenwerken zijn beroepsgeheim eerbiedigen.

2.4 Het inachtnemen van de gedragsregels van andere balies

Bij de toepassing van de regels van het recht van de Europese Unie en het Europees economisch Gebied kan de
advocaat van een lidstaat ertoe gehouden zijn de gedragsregels van een balie van een lidstaat van ontvangst in
acht te nemen.
De advocaat is verplicht zich ervan te vergewissen welke gedragsregels op een bepaalde activiteit van toepassing zijn.
Organisaties, die lid zijn van de CCBE, zijn verplicht hun Gedragsregels bij het Secretariaat van de CCBE te deponeren,
zodat iedere advocaat hiervan bij genoemd Secretariaat een kopie kan verkrijgen.

2.5 Onverenigbaarheden

2.5.1 Teneinde de advocaat in staat te stellen zijn beroep uit te oefenen met de vereiste onafhankelijkheid en op een wijze die strookt met zijn plicht mede te werken aan de rechtsbedeling, is de uitoefening van bepaalde beroepen en ambten onverenigbaar met het beroep van advocaat.

2.5.2 De advocaat, die een cliënt vertegenwoordigt of verdedigt voor een rechtscollege of tegenover de overheid van een lidstaat van ontvangst, zal daar de regels van onverenigbaarheid naleven, die gelden voor de advocaten van die lidstaat van ontvangst.

2.5.3 De in een lidstaat van ontvangst gevestigde advocaat die zich daar rechtstreeks met commerciële zaken of met enige andere activiteit, niet behorend tot het beroep van advocaat, wil bezighouden, is gehouden de regels van onverenigbaarheid na te leven, zoals die gelden voor de advocaten van die lidstaat.

2.6 Persoonlijke publiciteit

2.6.1 Daar waar deze verboden is, zal de advocaat geen persoonlijke publiciteit bedrijven, noch doen bedrijven.
Overigens zal de advocaat slechts persoonlijke publiciteit bedrijven of doen bedrijven in de mate waarin de regels van de balie waartoe hij behoort zulks toelaten.

2.6.2 Persoonlijke publiciteit, speciaal in de media, wordt geacht te geschieden daar waar zij toegelaten is, wanneer de betrokken advocaat kan aantonen dat zij plaats had om bestaande of potentiële cliënten te bereiken, die gevestigd zijn in een gebied waar deze publiciteit toegelaten is en dat haar verspreiding elders slechts incidenteel was.

2.7 Het belang van de cliënt

Met inachtneming van de wettelijke regels en de gedragsregels is de advocaat verplicht de belangen van zijn cliënt
zo goed mogelijk te behartigen, en dient hij deze zelfs te stellen boven zijn eigen belangen, die van een andere
advocaat of die van de advocatuur in het algemeen.

2.8 Beperking van de aansprakelijkheid van de advocaat ten aanzien van de cliënt

Voorzover het recht van de Lidstaat van herkomst en het recht van de ontvangende Lidstaat dit toelaten, kan de
advocaat zijn aansprakelijkheid jegens de cliënt beperken met inachtneming van de Gedragsregels waaraan hij
onderworpen is.

3. Verhouding tot de cliënt

3.1 Begin en einde van de betrekkingen met de cliënt

3.1.1 De advocaat treedt slechts op wanneer hij daartoe opdracht van zijn cliënt heeft gekregen, tenzij hij opdracht ontvangt van een andere advocaat, die de cliënt vertegenwoordigt, of van een bevoegde instantie. De advocaat dient redelijkerwijs moeite te doen om de identiteit, de competentie en de bevoegdheden van de persoon of organisatie van wie hij de opdracht heeft ontvangen te achterhalen, indien specifieke omstandigheden aan het licht mochten brengen dat genoemde identiteit, competentie en bevoegdheden niet duidelijk vaststaan.

3.1.2 De advocaat zal met spoed, gewetensvol en met ijver zijn cliënt adviseren en verdedigen. Hij aanvaardt persoonlijk de verantwoordelijkheid voor de taak, die hem is toevertrouwd. Hij houdt zijn cliënt op de hoogte van het verloop van de zaak waarmede hij belast is.

3.1.3 De advocaat neemt geen zaak op zich, als hij weet of behoort te weten, dat hij niet de nodige bekwaamheid bezit om deze te behandelen, tenzij hij dat doet in samenwerking met een advocaat die die bekwaamheid wél bezit. De advocaat kan geen zaak aanvaarden als hij niet in de gelegenheid is deze met spoed te behandelen, rekening houdend met zijn overige verplichtingen.

3.1.4 De advocaat, die van zijn recht gebruik maakt zich aan een zaak te onttrekken, dient zich ervan te vergewissen, dat de cliënt tijdig de bijstand van een andere advocaat kan verkrijgen om te voorkomen dat de cliënt schade zou lijden.

3.2 Tegenstrijdige belangen

3.2.1 De advocaat behoort in eenzelfde zaak niet de raadsman, de vertegenwoordiger of de verdediger te zijn van meer dan één cliënt, indien er een belangentegenstelling tussen deze cliënten bestaat of er een wezenlijke dreiging bestaat dat een zodanige tegenstelling zal ontstaan.

3.2.2 De advocaat dient zich ervan te onthouden de zaken van alle betrokken cliënten te behandelen, indien zich een tegenstrijdigheid van belangen voordoet, het beroepsgeheim dreigt geschonden te worden of zijn onafhankelijkheid in gevaar dreigt te komen.

3.2.3 De advocaat mag geen zaak van een nieuwe cliënt op zich nemen, indien de geheimhouding van de inlichtingen die hij van een vroegere cliënt heeft verkregen, dreigt te worden aangetast of indien de kennis, die hij van de zijde van de vroegere cliënt verkregen had, de nieuwe cliënt ongerechtvaardigd zou bevoordelen.

3.2.4 Als advocaten het beroep in groepsverband uitoefenen, zijn de artikelen 3.2.1 tot 3.2.3 van toepassing zowel op de groep in zijn geheel als op haar individuele leden.

3.3 Pactum de quota litis

3.3.1 De advocaat mag zijn honorarium niet vaststellen op basis van een `pactum de quota litis´.

3.3.2 Met `pactum de quota litis´ is bedoeld een overeenkomst aangegaan tussen de advocaat en zijn cliënt vóór de beëindiging van de zaak, waarbij de cliënt zich verbindt aan de advocaat een bepaald deel van de opbrengst van de zaak te zullen uitkeren, hetzij in geld hetzij in enig ander goed of waarde.

3.3.3 Als een dergelijk pactum wordt niet beschouwd de overeenkomst, waarbij het honorarium wordt bepaald in samenhang met het belang van het geschil met de behandeling waarvan de advocaat is belast, indien dat honorarium in overeenstemming is met een officieel tarief of is toegelaten door de bevoegde autoriteit waaronder de advocaat ressorteert.

3.4 Vaststelling van het honorarium

3.4.1 De advocaat moet zijn cliënt de nodige inlichtingen geven met betrekking tot het gevraagde honorarium en het bedrag ervan dient billijk en gerechtvaardigd te zijn.

3.4.2 Onverminderd een andere rechtsgeldige afspraak tussen de advocaat en zijn cliënt dient de wijze van berekening van het honorarium in overeenstemming te zijn met de voorschriften van de balie waartoe de advocaat behoort. Als hij lid is van meer dan één balie, gelden de regels van die balie, waarmede de betrekkingen tussen de advocaat en zijn cliënt het nauwst verbonden zijn.

3.5 Voorschotten op honorarium en verschotten

Wanneer de advocaat een voorschot voor verschotten en honorarium verlangt, mag dat voorschot een redelijke raming van het honorarium en de verschotten, die de zaak waarschijnlijk zal gaan kosten, niet overschrijden.

Bij gebrek aan betaling van een voorschot mag de advocaat ervan afzien de zaak te behandelen of er zich aan onttrekken, behoudens het bepaalde in artikel 3.1.4.

3.6 Verdeling van honoraria met iemand, die geen advocaat is

3.6.1 Behoudens het hieronder bepaalde is het de advocaat verboden zijn honorarium te delen met iemand, die geen advocaat is, behalve wanneer een samenwerkingsverband tussen de advocaat en de andere persoon is toegestaan door het recht van de lidstaat, waartoe de advocaat behoort.

3.6.2 De bepaling van artikel 3.6.1 is niet van toepassing op bedragen of vergoedingen die door een advocaat worden uitgekeerd aan de erfgenamen van een overleden advocaat of aan een advocaat, die zijn beroep neerlegt, ter zake van zijn introductie bij de cliënten als opvolger van die advocaat.

3.7 Oplossing aangepast aan het belang van de zaak, en in aanmerking komen voor rechtsbijstand

3.7.1 De advocaat dient te allen tijde te trachten om in het geschil van zijn cliënt een oplossing te vinden, die is aangepast aan het belang van de zaak, en hij zal zijn cliënt op het juiste moment nadrukkelijk adviseren over de gewenstheid om tot een schikking te komen of een beroep te doen op alternatieve oplossingen om het geschil te beëindigen.

3.7.2 Indien de cliënt in aanmerking komt voor kosteloze rechtsbijstand of rechtsbijstand tegen verminderd tarief, is de advocaat verplicht hem daarvan in kennis te stellen.

3.8 Gelden van derden

3.8.1 Wanneer een advocaat te eniger tijd gelden ten behoeve van zijn cliënten of van derden (hieronder te noemen `gelden van derden´) onder zich heeft, is hij verplicht de hiernavolgende regels in acht te nemen.

3.8.1.1 De gelden van derden dienen steeds gedeponeerd te blijven op een rekening bij een bank of soortgelijke instelling, die als zodanig door de overheid is toegelaten. Alle gelden van derden, die een advocaat ontvangt, moeten op een dergelijke rekening gestort worden, behalve in geval van een uitdrukkelijke of stilzwijgende machtiging van de cliënt om er een andere bestemming aan te geven.

3.8.1.2 Iedere op naam van de advocaat geopende rekening, die gelden van derden betreft, dient in het rekeningshoofd te vermelden, dat de desbetreffende gelden gehouden worden ten behoeve van de cliënt(en) van de advocaat.

3.8.1.3 De rekeningen van de advocaat waarop gelden van derden gestort worden, moeten permanent gedekt zijn voor tenminste het totale bedrag van gelden van derden, dat de advocaat onder zich heeft.

3.8.1.4 De gelden van derden moeten terstond aan cliënten worden overgemaakt, of anders binnen een door de cliënt toegestane termijn.

3.8.1.5 Behoudens andersluidende wettelijke bepalingen of bevel van het Hof en uitdrukkelijke dan wel stilzwijgende toestemming van de cliënt voor wie de betaling wordt verricht, mogen er uit gelden van derden geen betalingen voor rekening van een cliënt aan een derde worden gedaan, waaronder begrepen:
a. Betaling aan of voor een cliënt met gelden toebehorende aan een andere cliënt,
b. Het vooruit opnemen van honorarium door de advocaat.

3.8.1.6 De advocaat houdt een volledig en nauwkeurig rekeningoverzicht bij van alle verrichtingen betreffende gelden van derden, waarbij hij onderscheid maakt tussen de gelden van derden en andere bedragen, die hij onder zich heeft; hij dient aan de cliënt op diens verzoek het hem toekomende over te maken.

3.8.1.7 De bevoegde autoriteiten van de lidstaten hebben het recht, onder eerbiediging van het beroepsgeheim, de bescheiden, die betrekking hebben op de gelden van derden, te controleren en te onderzoeken, teneinde zich ervan te overtuigen, dat de regels die zij hebben vastgesteld, behoorlijk worden nageleefd, alsmede om inbreuken op die regels te sanctioneren.

3.8.2 Behoudens het hierna volgende en onverminderd het bepaalde in artikel 3.8.1 hierboven, moet de advocaat, die gelden van derden onder zich heeft in het kader van beroepsactiviteiten uitgeoefend in een andere lidstaat, de voorschriften naleven betreffende het deponeren en het boeken van gelden van derden, die toegepast worden door de balie van de lidstaat van herkomst waartoe hij behoort.

3.8.3 De advocaat, die zijn activiteiten uitoefent in een lidstaat van ontvangst, mag met toestemming van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst en van die van ontvangst, uitsluitend de regels van de lidstaat van ontvangst inachtnemen, zonder gehouden te zijn de regels van de lidstaat van herkomst na te leven. In dat geval is de advocaat verplicht de nodige maatregelen te treffen om zijn cliënten ervan op de hoogte te stellen, dat hij de regels naleeft, die gelden in de lidstaat van ontvangst.

3.9 Verzekering voor beroepsaansprakelijkheid

3.9.1 De advocaat moet steeds binnen redelijke grenzen verzekerd zijn voor zijn beroepsaansprakelijkheid, daarbij rekening houdende met de aard en de omvang van de risico´s, die hij uit hoofde van zijn praktijk loopt.

3.9.2 Wanneer een advocaat diensten verleent of beroepsactiviteiten uitoefent in een ontvangende lidstaat, is hij aan de volgende bepalingen onderworpen:

3.9.2.1 De advocaat moet aan de bepalingen voldoen, die betrekking hebben op de verplichting zich te verzekeren voor beroepsaansprakelijkheid en die toepasselijk zijn in de lidstaat van herkomst.

3.9.2.2 Wanneer een advocaat, die gehouden is een beroepsaansprakelijkheidsverzekering aan te gaan in de lidstaat van herkomst, praktijk uitoefent in een lidstaat van ontvangst, moet hij trachten een uitbreiding van die verzekering tot zijn beroepsactiviteiten in de lidstaat van ontvangst te verkrijgen.

3.9.2.3 Wanneer de regels van de lidstaat van herkomst de advocaat niet verplichten een dergelijke verzekering aan te gaan, of wanneer de uitbreiding van de verzekering als bedoeld in artikel 3.9.2.2 onmogelijk blijkt te zijn, moet de advocaat niettemin zich verzekeren voor zijn beroepsactiviteiten in de lidstaat van ontvangst, ten behoeve van cliënten in die lidstaat van ontvangst, tot tenminste een zelfde bedrag als dit verplicht is voor de advocaten van de lidstaat van ontvangst, behalve als het hem onmogelijk is een dergelijke verzekering af te sluiten.

3.9.2.4 In geval een advocaat geen verzekering kan verkrijgen overeenkomstig de voorgaande regels, dient hij diegenen van zijn cliënten, die riskeren schade te lijden bij gebrek aan een verzekering, in te lichten.

3.9.2.5 De advocaat, die praktijk uitoefent in een lidstaat van ontvangst, mag met toestemming van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst en van die van ontvangst uitsluitend de regels naleven, die gelden voor de beroepsaansprakelijkheidsverzekering in de lidstaat van ontvangst. In dat geval is de advocaat gehouden de nodige maatregelen te nemen om zijn cliënten ervan op de hoogte te stellen, dat zijn verzekering in overeenstemming is met de regels die gelden in de lidstaat van ontvangst.

4. Verhouding tot de rechter

4.1 Regels die gelden voor het optreden tegenover de rechter

De advocaat, die voor de rechter van een lidstaat verschijnt of die optreedt in een procedure voor een zodanige rechter, moet de gedragsregels naleven, die aldaar gelden.

4.2 Contradictoir karakter van de procedure

De advocaat dient onder alle omstandigheden het contradictoire karakter van de procedures in acht te nemen. Hij mag bij voorbeeld geen contact opnemen met de rechter zonder tevoren de advocaat van de tegenpartij daaromtrent in te lichten. Hij mag geen stukken, nota´s of andere bescheiden aan de rechter doen toekomen, zonder dat deze tijdig aan de advocaat van de tegenpartij zijn overgelegd, tenzij dergelijke stappen volgens de geldende procedureregels zijn toegestaan. Voorzover het recht dit niet verbiedt, is het de advocaat niet toegestaan om een voorstel van de tegenpartij of diens advocaat om de zaak te regelen, bij een rechtbank te verspreiden of aan een rechtbank voor te leggen, zonder de uitdrukkelijke toestemming van de advocaat van de tegenpartij.

4.3 Eerbied voor de rechterlijke macht

Zonder afbreuk te doen aan de eerbied en de loyaliteit, die hij aan de rechter verschuldigd is, zal de advocaat de belangen van zijn cliënt naar eer en geweten en zonder vrees verdedigen, ongeacht zijn eigen belangen en ongeacht eventuele gevolgen voor hemzelf of voor welke andere persoon dan ook.

4.4 Onjuiste of misleidende inlichtingen

De advocaat mag nimmer de rechter bewust onjuiste of misleidende inlichtingen verstrekken.

4.5 Toepasselijkheid ten aanzien van arbiters en personen, die soortgelijke functies uitoefenen

De regels, die gelden voor de verhouding van de advocaat tot de rechter, zijn evenzeer toepasselijk op zijn betrekkingen met een arbiter, een deskundige of enig ander persoon, die er mede belast is, al dan niet occasioneel de rechter of de arbiter bij te staan.

5. Betrekkingen tussen advocaten onderling

5.1 Confraterniteit

5.1.1 De confraterniteit vereist een vertrouwensrelatie tussen advocaten in het belang van de cliënt en om onnodige processen te voorkomen, alsmede om iedere andere vorm van gedrag die de reputatie van het beroep van advocaat zou kunnen schaden te vermijden. De confraterniteit mag echter nooit de belangen van de advocaten tegenover de belangen van de cliënt stellen.

5.1.2 De advocaat zal iedere advocaat van een andere lidstaat als beroepsgenoot erkennen; hij zal zich tegenover hem confraterneel en loyaal gedragen.

5.2 Samenwerking tussen advocaten van verschillende lidstaten

5.2.1 Iedere advocaat tot wie zich een advocaat uit een andere lidstaat wendt, is verplicht zich te onthouden van het aannemen van een zaak voor welker behandeling hij de bekwaamheid mist. In een dergelijk geval dient hij die advocaat alle medewerking te verlenen om het deze mogelijk te maken zich tot een andere advocaat te wenden, die in staat is de verwachte diensten te verlenen.

5.2.2 Wanneer advocaten van twee verschillende lidstaten samenwerken, zijn beiden verplicht rekening te houden met de verschillen, die mogelijk bestaan tussen hun rechtsstelsels, balies, bevoegdheden en beroepsplichten.

5.3 Briefwisseling tussen advocaten

5.3.1 Een advocaat, die aan een advocaat van een andere lidstaat een mededeling doet toekomen, die hij als `vertrouwelijk´ of als `without prejudice/sans préjudice´ beschouwd wil zien, dient zijn wil daartoe duidelijk bij de verzending van die mededeling te kennen te geven.

5.3.2 Indien het de geadresseerde niet mogelijk is de mededeling als `vertrouwelijk´ of `without prejudice/sans préjudice´ te beschouwen, moet hij haar aan de afzender terugsturen zonder de inhoud ervan bekend te maken.

5.4 Honorarium voor introducties

5.4.1 De advocaat mag van een andere advocaat of van enige derde geen honorarium, voorschot of enigerlei andere vergoeding vragen, noch aanvaarden, voor het aanbevelen van een advocaat aan een cliënt of het doorsturen van een cliënt naar een advocaat.

5.4.2 De advocaat mag aan niemand een honorarium, voorschot of enigerlei andere vergoeding betalen als tegenprestatie voor de introductie van een cliënt.

5.5 Contact met tegenpartij

De advocaat mag met betrekking tot een bepaalde zaak geen rechtstreeks contact opnemen met iemand, van wie hij weet dat deze wordt vertegenwoordigd of bijgestaan door een andere advocaat, tenzij die andere advocaat zijn toestemming heeft gegeven, en voorts op voorwaarde, dat deze laatste op de hoogte wordt gehouden.

5.6 Verandering van advocaat

5.6.1 Een advocaat mag een andere advocaat slechts opvolgen in een bepaalde zaak, nadat hij deze daarvan in kennis heeft gesteld en zich ervan vergewist heeft dat maatregelen zijn getroffen voor de betaling van het honorarium en van de verschotten, die aan zijn voorganger verschuldigd zijn, behoudens het bepaalde in artikel 5.6.2 hieronder. Deze verplichting maakt echter de advocaten niet persoonlijk aansprakelijk voor de betaling van het honorarium en de verschotten van zijn voorganger.

5.6.2 Indien in het belang van de cliënt dringende maatregelen moeten worden getroffen, voordat de in artikel 5.6.1genoemde voorwaarden vervuld kunnen worden, mag de advocaat zulke maatregelen treffen, op voorwaarde dat hij zijn voorganger daarvan onmiddellijk in kennis stelt.

5.7 Financiële aansprakelijkheid

In de beroepsmatige betrekkingen tussen advocaten van balies van verschillende lidstaten is de advocaat die een zaak aan een correspondent toevertrouwt of deze raadpleegt tenzij hij zich ertoe beperkt een andere advocaat aan te bevelen of deze bij een cliënt te introduceren persoonlijk verplicht tot betaling van het honorarium, de onkosten en verschotten, die verschuldigd zijn aan de buitenlandse correspondent, zelfs indien de cliënt insolvent is. De betrokken advocaten mogen echter bij het begin van hun samenwerking een bijzondere afspraak hierover maken. Bovendien mag de opdrachtgevende advocaat te allen tijde zijn persoonlijke aansprakelijkheid beperken tot het bedrag aan honorarium, onkosten en verschotten, verschuldigd vóór zijn kennisgeving aan de buitenlandse advocaat dat hij verdere aansprakelijkheid voor de toekomst afwijst.

5.8 Opleiding van jonge advocaten

Teneinde de samenwerking en het onderling vertrouwen tussen de advocaten van de verschillende lidstaten te versterken uiteraard in het belang van de cliënten, is het noodzakelijk een betere kennis van de wetten en procedureregels die in de verschillende lidstaten gelden, te bevorderen. Daartoe zal de advocaat, in het kader van zijn algemene beroepsplicht jongeren op te leiden, de noodzaak ook
jonge advocaten uit andere lidstaten op te leiden in overweging nemen.

5.9 Geschillen tussen advocaten van verschillende lidstaten

5.9.1 Indien een advocaat van mening is, dat een advocaat van een andere lidstaat een gedragsregel heeft geschonden, moet hij hem daarop wijzen.

5.9.2 Wanneer zich enig persoonlijk geschil van professionele aard voordoet tussen advocaten van verschillende lidstaten, moeten zij eerst trachten dat geschil in der minne op te lossen.

5.9.3 Alvorens een procedure tegen een advocaat van een andere lidstaat aan te spannen ter zake van een geschil bedoeld in artikel 5.9.1 en 5.9.2, dient de advocaat de balies, waartoe de beide advocaten behoren, op de hoogte te stellen, teneinde de desbetreffende balies in staat te stellen een minnelijke schikking tot stand te brengen.


Bijlage: principe-verklaring van de CCBE inzake het beroepsgeheim van advocaten en de wetgeving met betrekking tot het witwassen van geld

De CCBE streeft ernaar, een onderling op elkaar afgestemde houding van haar lid-organisaties te bevorderen. Om die reden beveelt de CCBE de balies en "law societies", die lid zijn van de CCBE, voor zover mogelijk aan om, indien dit nog niet gebeurd is, de volgende verplichtingen aan hun gedragscodes toe te voegen:

1. Advocaten zijn verplicht om in iedere zaak, die hun wordt toevertrouwd, de juiste identiteit van de cliënt of van de tussenpersoon voor wie zij optreden, te controleren.
2. Wanneer advocaten gemachtigd zijn om gelden te beheren, is het hun verboden om gelden in ontvangst te nemen of te beheren, die niet strikt overeenkomen met een met naam en toenaam genoemd dossier.
3. Advocaten, die meewerken aan een juridische transactie, zijn verplicht om zich uit de zaak terug te trekken, zodra zij een ernstig vermoeden hebben dat deze transactie tot het witwassen van geld zou kunnen leiden en de cliënt niet van deze transactie wil afzien.

De CCBE zal trachten bovengenoemde regels in haar eigen Gedragscode voor supra-nationale juridische diensten op te nemen.

 

 

Reglementen Nationale orde van advokaten en van de Vereniging van Vlaamse balies

Back to Stormes legal page