Matthias Storme, Vlaamse voorman met een missie
"Als België een echte democratie wordt, valt het land uit elkaar?"

(P-Magazine 4 april 2001)


"Er doen over mij veel indianenverhalen de ronde. Onlangs vertelde Bert Anciaux dat ik voor een aparte sociale zekerheid voor migranten ben. Dat is dus niet waar, hè. Maar hopelijk kan ik dat met dit interview een beetje ontkrachten." Matthias Storme, oud-voorzitter van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen (OVV) en tegenwoordig voorzitter van het al even flamingante verbond der Vlaamse Academici, wordt door velen gezien als de Zwarte Hand achter de voortdurende ruzies bij de volksunie, of – erger nog – als de gewiekste wegbereider van het Vlaams Blok. Waar rook is, is vuur, en waar vuur is, daar willen wij bij zijn. Ziedaar: een Goed Gesprek.

Matthias Storme. Zijn naam klinkt alsof hij zo in het rijtje van Jan Breydel en Pieter De Coninck kan, maar wanneer de deur van zijn stevig uit de kluiten gewassen woning in de groene rand van Gent opengaat, staat voor ons een ietwat iel meneertje. Maar vergist u zich vooral niet: voor veel Franstalige kringen is KUL-rechtenprofessor Storme de baarlijke duivel in eigen persoon, en de linkervleugel van de Volksunie ziet in hem een saboteur die via zijn rechtstreekse lijn met Geert Bourgeois probeert om zijn eigen extremistische agenda door te drukken (wat Bourgeois zelf overigens in alle toonaarden ontkent), en tegelijkertijd Bert Anciaux, Patrik Van Krunkelsven en hun mannetjes de gracht in wil rijden. Dat hij veel te zeggen heeft bij de Volksunie, zal hij zelf niet met zoveel woorden toegeven, maar toch is het zo: als gewezen OVV-voorzitter heeft hij een stevige vinger aan de pols bij zowat alles wat zich in dit land Vlaams-nationalist noemt, en met zijn zeer uitgebreide netwerk van contacten is hij van goudwaarde voor elke politicus die zich wel eens laat betrappen op het luidkeels zingen van de Vlaamse Leeuw op de IJzervlakte. Met andere woorden: als Storme zijn mond open doet, spitst de hele Vlaamse beweging de oren. En zijn mond open doen, daar houdt hij wel van.

Een beetje enfant terrible

De ruzies bij de Volksunie liggen momenteel even stil, maar hoe bekijkt u de rellen van de laatste maanden? En vooral: komt het ooit nog wel goed met die partij?
STORME: "Ik heb al eerder gezegd dat ik daaraan twijfel. Maar anderzijds: ik ben ervan overtuigd dat het gedachtengoed dat de Volksunie de laatste decennia verdedigd heeft politiek aan bod zal blijven komen. Of dat in dezelfde vorm zal gebeuren, dat weten we niet. Als andere partijen zich met die idealen gaan bezighouden, dan is er minder ruimte voor de Volksunie, maar zolang de andere partijen dat niet doen, zal er plaats zijn voor een partij die een gematigd Vlaams nationalisme vertegenwoordigt. Maar dan wel een die duidelijkheid eist en geen genoegen neemt met halfslachtige oplossingen.
Er zijn minstens twee breuklijnen in de Volksunie, en die vallen niet noodzakelijk samen. Er is de vraag hoe ver ja kan gaan met communautaire toegevingen en er is ook een ideologische breuklijn. In de pers wordt dat dikwijls te simpel uitgelegd. Men zet zegt te makkelijk: het is een links-rechts tegenstelling..."

Of rechts tegen links-liberaal.
STORME: "Dat is al iets correcter. De links-liberalen stellen het individu heel sterk centraal, zo van ‘alles moet kunnen’, terwijl de andere groep – mensen als Danny Pieters en Geert Bourgeois – traditioneler denkt, en zegt: mensen moeten samenleven en daarom moeten er regels en normen zijn. Maar ook in de SP en de CVP bestaan die discussies, en in de VLD zijn de tegenstellingen soms zeer groot. Maar als je aan de macht bent, is dat allemaal niet zo belangrijk, hè."

Het verschil is: bij de Volksunie zijn er al meer dan een jaar grote wrijvingen en slaande ruzies. Dat zie je bij die andere partijen niet. Overleeft de VU dat wel?
STORME: “Ik twijfel eraan of het nog in orde komt. Ik zie de dingen niet meer in hun oude plooien vallen. Maar goed, ik ben een toeschouwer, hè.”

Maar u hebt wel een bevoorrechte positie.
STORME: "Ik ken een aantal mensen, dat spreekt vanzelf. Maar het is niet aan mij om de interne rekening van de Volksunie te maken."

U wordt nochtans gezien als de huisideoloog van de strekking-Bourgeois.
STORME: "Daarover doen veel indianenverhalen de ronde. Maar natuurlijk heb ik veel contact met Geert Bourgeois, ook al omdat we als mensen goed met elkaar opschieten."

Dat zal wel zijn. Wij horen zelfs dat u zijn wetsvoorstellen en amendementen schrijft.
STORME: "Wij hebben vooral samengewerkt rond het gerecht en het verbeteren van de wetgeving daarover; zaken die niks met het communautaire of met de discussies binnen de Volksunie te maken hebben. En verder is het evident dat ik Geert Bourgeois en ik een aantal gelijklopende ideeën hebben.
Dat politici samenwerken met academici, is trouwens heel normaal. Toen mijn vader professor was, schreef hij ook wetsvoorstellen. En toen hij zelf in het parlement zat (Marcel Storme was CVP-senator van 1977 tot 1981; red), liet hij zich bijstaan door collega’s-hoogleraren."

Bij de linkervleugel van de Volksunie vinden ze dat u via uw rechtstreekse lijn met Geert Bourgeois te veel uw eigen agenda opdringt.
STORME: "Natúúrlijk heb ik mijn eigen agenda, maar dat is geen verborgen agenda; iedereen kan weten waarvoor ik sta.
Ik bemoei mij niet met de Volksunie. Ik pleit voor bepaalde politieke ideeën en ik hoop dat die succes hebben bij de Volksunie, maar óók bij ander partijen. Maar natuurlijk heb ik altijd heel veel sympathie gehad voor het gedachtengoed van de Volksunie. Van karakter ben ik een beetje een enfant terrible, hè. Ik kom dan ook makkelijker met een oppositiepartij dan met één van de meerderheid."

Geen enkele partij is eeuwig
Voor welk gedachtengoed stáát de Volksunie nu eigenlijk? Wat wij van de voorbije tien jaar vooral onthouden hebben, zijn herhaaldelijke pogingen om het ideeëngoed te moderniseren, die steeds weer op ruzie, onenigheid en verloren verkiezingen zijn uitgelopen.
STORME: "Je moet altijd opletten met slogans, maar een klassieker van de Volksunie is ‘integraal federalisme’. De vraag is: wat betekent dat nu eigenlijk?"

Inderdaad. U mag ons dat nú dan ook uitleggen, professor.
STORME: "Je moet het in een Europese context zien. Hoe cruciaal de positie van Vlaanderen ook mag zijn, daar mag je je niet op blindstaren. Je moet ook binnen Vlaanderen decentraliseren en bevoegdheden naar omlaag versluizen. Maar er is ook een andere beweging aan de gang: de globalisering zet zich door en grenzen worden opengezet. En ik ben niet de enige die dat zegt, maar door die twee grote bewegingen, zal er van België op den duur waarschijnlijk niet veel overblijven: datgene waar Vlaanderen te klein voor is, gaat naar Europa, en datgene waar Europa te groot voor is, gaat naar Vlaanderen. Maar je kan niet zeggen: we hebben België nodig, want Vlaanderen is te klein. Als je iets niet met zes miljoen mensen kan, dan kan je het met tien miljoen ook niet."

Dat is een heel mooi verhaal, meneer Storme. Maar wat wij eigenlijk wilden weten, is: waar staat de Volksunie nog voor? Betekent de VU eigenlijk nog iets meer dan de 300.000 stemmen van Bert Anciaux?
STORME: "Dat zullen we moeten zien, hè. Ik ga niet ontkennen dat Anciaux in 1999 veel stemmen gehaald heeft, maar de uitslagen voor de Kamer en de Senaat waren toch ook niet slecht?"

Geen wonder: Anciaux stond op de Europese lijst en was bijgevolg nationaal uithangbord en trekpaard voor de hele partij.
STORME: "Ik wil niet afdoen van zijn verdienste, maar ik denk dat je het niet zo eenzijdig mag zien. Iemand als Geert Bourgeois heeft een wat droger imago, maar ik vind dat hij zeer bezielend kan zijn. Hij is zeer integer en correct. Misschien is hij niet genoeg politicus, omdat hij te veel nuances legt.
Geen enkele partij is eeuwig, hè. Er zal ooit wel eens een politieke herverkaveling komen, maar die zal waarschijnlijk anders verlopen dan we nu verwachten. De politici moeten dat natuurlijk zelf uitmaken. Als de Volksunie er niet meer is, dan zullen andere partijen moeten opschuiven. En als de CVP of de VLD zich er niét die plaats niét innemen, dan zal er ruimte blijven voor de Volksunie. Er bestaat geen leegte in de politiek, hè. Kiezers moeten érgens naartoe.?

Her en der is er de laatste tijd gepleit voor de oprichting van een grote, rechtse, Vlaamsgezinde partij. Ziet u daar iets in?
STORME: "Als je het woord ‘rechts’ niet zozeer economisch interpreteert, maar wel als ‘conservatief’, dan is er een gat in de markt, want de VLD is naar links opgeschoven, en de CVP weet nog steeds niet goed waar naartoe. Ik denk dus dat er inderdaad voldoende plaats is voor een conservatieve partij, als je dat op de juiste manier interpreteert. Niét om reactionair alles terug te draaien en te herstellen zoals het vroeger was, in de goeie ouwe tijd die er waarschijnlijk nooit geweest is, maar wel op een nieuwe manier: vanuit het idee van een georganiseerde gemeenschap die voor het individu bepaalde beperkingen met zich meebrengt en mensen doet samenleven met normen en waarden.
Het Vlaams Blok vult die positie op dit ogenblik niet in, hoewel het natuurlijk in staat zou zijn om dat wél te doen. In sommige landen zijn er partijen die vroeger de reputatie hadden die het Blok bij ons heeft en die opgeschoven zijn naar het centrum. De Partido Popular in Spanje, bijvoorbeeld, is oorspronkelijk de partij van Franco; de fascistische partij, dus. Die is naar het centrum opgeschoven en heeft nu de absolute meerderheid. Ik zeg niet dat het bij ons op dezelfde manier gaat gebeuren, maar je kan nooit iets uitsluiten."

Hypocriet de vlag uithangen
Officieel is de huidige ruzie in de VU begonnen om het Lambermont-bis-akkoord. We zijn ondertussen een paar preciseringen en samenwerkingsakkoorden verder. Hoe staat u op dit moment tegenover Lambermont-bis?
STORME: "U weet dat ik dat geen goed akkoord vind. Het consumptiefederalisme wordt versterkt. Men zegt: er komt fiscale autonomie, maar die stelt niks voor. Zeker in verhouding tot het geld dat van de federale regering naar de gemeenschappen gaat, wat erop neerkomt dat er een bijkomende transfer van geld van Vlaanderen naar Wallonië wordt georganiseerd."

Wat dikwijls vergeten wordt, is dat ook Vlaanderen federaal geld krijgt, en zelfs nog meer dan Walllonië. De verdeelseutel is 60/40.
STORME: "Dat is juist, maar dat is Vlaams geld, hè; alle federaal geld is voor 75 procent Vlaams."

Maar Vlaanderen mag nu wel zelf beslissen hoe het dat wil uitgeven.
STORME: "Ja, maar maak je geen illusies: de wafelijzerpolitiek bestaat nog altijd. Je krijgt iets meer geld, maar het gaat alleen maar om uitgaven. ‘Hangmatfederalisme’ noemt de Fincancieel-Economische Tijd dat. Het kleine beetje fiscale autonomie dat er komt (de bevoegdheid voor Vlaanderen om zelf belastingen te heffen; red.), weegt daar echt niet tegenop.
Er wordt dan gezegd: dit is een buitenkans, want in ruil daarvoor krijgen we bijkomende bevoegdheden. Maar die zijn vrij mager. Ik geef toe: de overheveling van de Gemeentewet is zeer belangrijk. Daar heeft de Vlaamse beweging jaren om gevraagd. Maar de andere prioriteiten komen niet ter sprake. Het belangrijkste voor ons is de gezondheidszorg, maar daar is niet over gepraat, hoewel men zich er in het Vlaamse regeerakkoord toe geëngageerd had om dat op tafel te blijven gooien en tegen de halverwege volgend jaar resultaten te boeken. Maar ik zie daar niks van. De regionalisering van ontwikkelingssamenwerking is iets wat de Walen gevraagd hebben. Als we het krijgen, oké, maar we hebben dat niet geëist. Hetzelfde met landbouw. Dus wat heb je nu? De drie bevoegdheden waarover het gaat, zijn drie dingen die Wallonië wil en maar één daarvan zit bij onze prioriteiten. En omdat zij die bevoegdheden krijgen, moeten wij er ook nog eens voor betalen. Die logica begrijp ik niet.
Het volgende punt is dat het Lambermont veel te ingewikkeld is. De Vlaamse beweging pleit er al jaren voor om de zaken eenvoudiger te maken, met minder instellingen, grotere bevoegdheidspakketen en minder uitzonderingen, en nu doet men het omgekeerde. En het wordt ook nog ingewikkelder om een andere reden. Voor veel bevoegdheden die we krijgen – en zelfs voor de bevoegdheden die we al hadden – worden er nu blokkeringsmechanismen ingebouwd, zodat je die bevoegdheden eigenlijk niet kan uitoefenen. Men zegt wel: ‘De gewesten zijn bevoegd’, maar ze mogen het niet op hun eentje doen. Ze mogen het alleen doen in samenwerking met de anderen, want er mag geen concurrentie zijn. Nu, de essentie van het federalisme is net dat je verschillende regels kan hebben in verschillende streken. Maar wij zijn een systeem aan het creëren waarin de gewesten allebei exact hetzelfde moeten doen. Dus als Verhofstadt zegt: ‘We zijn nu een echt federalisme aan het uitbouwen’, is dat bedrog, want men doet precies het tegenovergestelde.
»Nog iets: Vlaanderen en Wallonië moeten nu allerlei zaken regelen met samenwerkingsakkoorden, en die zijn ondemocratisch want ze verschuiven de macht van het parlement naar de regering. Met dat argument sta ik op één lijn met een prominente Belgicist als Ludo Dierickx (voormalig Agalev-parlementslid en huidig voorzitter van het pro-Belgische B-Plus; red.), maar hij heeft volkomen gelijk: de regeringen beslissen onder elkaar en de parlementen hebben geen enkele inspraak."

U zegt dus nog steeds: keur Lambermont-bis niet goed.
STORME: "Natúúrlijk niet. Weet je, er heerst zo’n ontzettende verkramptheid. In elk van die bepalingen geeft men iets, maar neemt men het tegelijkertijd ook weer terug. In theorie krijgt Vlaanderen bevoegdheden, maar men doet er alles aan om ervoor te zorgen dat het die niet kan uitoefenen. Dat is hypocriet de vlag uithangen voor de schone schijn. En men weet heel goed waarom men dat doet, want als je echt gaat democratiseren en bevoegdheden gaat overhevelen, dan valt België uit elkaar".

Hou eens een referendum
STORME: "Als je geen gemeenschappelijke publieke opinie hebt, dan werkt je democratie niet. In de meeste landen wordt er maar één taal gesproken, maar bij ons heb je de taalkloof en bovendien zijn we maar met twee deelstaten. Je kan niet steeds weer wisselende coalities sluiten, zoals bijvoorbeeld in Duitsland. Daar hebben ze zestien deelstaten, en als je de ene keer in de minderheid zit en de andere keer in de meerderheid, dan verdraag je dat van elkaar. Maar hier is het altijd één tegen één, dat is veel moeilijker."

Moet iets weg omdat het moeilijk is?
STORME: "Niet omdat het moeilijk is, maar omdat het slecht functioneert en omdat het de democratisering tegenhoudt. Een heleboel mechanismen van de macht wil men bewust niet democratiseren, omdat men weet dat het land uit elkaar valt de dag dat dat gebeurt."

Sorry hoor, maar wij begrijpen nog steeds niet waarom België stante pede doormidden zou breken.
STORME: "Als je gaat democratiseren komen de verschillen in het beleid aan de oppervlakte, en groei je uit elkaar. Daarom laat men de bevolking niet meespreken en houdt een kleine groep de touwtjes in handen, want dan heeft het geen belang of er mentaliteitsverschillen zijn en of je een andere taal spreekt."

Feit is: uit tal van enquêtes blijkt dat de bevolking simpelweg niet geïnteresseerd is in Vlaamse onafhankelijkheid. Als daar morgen een referendum over wordt gehouden, verliest u nog geen klein beetje.
STORME: "Dat begrijp ik zeer goed, maar een referendum wordt zeer sterk bepaald door de vraag die je stelt. Ik ben ervan overtuigd dat ik verschillende referenda kan winnen als ik zelf de vraag mag kiezen.
Referenda moet je houden over concrete problemen, en niet over grote, abstracte begrippen. Ik vermoed bijvoorbeeld dat je al heel andere cijfers zou krijgen als je bijvoorbeeld vraagt of er een Vlaams gezondheidsbeleid moet komen. En stel dat je nog vijftien andere bevoegdheden hebt waarover je telkens vraagt: ‘Bent u voor Vlaamse autonomie?’, dan ben ik er nogal van overtuigd dat je voor de meeste van die vragen een meerderheid krijgt die ja zegt. En als je dat allemaal samentelt, is het resultaat eigenlijk hetzelfde als ‘Ben je voor Vlaamse onafhankelijkheid?’"

Maar daarvoor hebt u dus géén meerderheid.
STORME: "Dat is dan ook geen vraag voor een referendum. Onafhankelijkheid is een zaak waarin je niet tégen de meerderheid van de bevolking kan ingaan, maar die ook niet van een meerderheid uitgaat, hè. Als je naar de geschiedenis kijkt, zie je dat alle grote politieke evoluties het werk waren van een kleine minderheid die ervoor gezorgd heeft dat een meerderheid van de bevolking daar misschien niet voor ging vechten, maar er ook niet tégen was.
Je kan ook de omgekeerde vraag stellen. Neem de Vlaamse bevoegdheden onderwijs en cultuur en hou eens een referendum om te kijken hoeveel mensen wensen dat die weer Belgisch worden. Dat verlies je óók gegarandeerd. Het status quo is altijd heel machtig; vijf jaar na de dag dat Vlaanderen onafhankelijk wordt, moet je maar eens een referendum houden over hoeveel mensen er nog terug willen naar het oude België."

Graag gezien in Israel
Even terug naar de Volksunie. Bij de beruchte VU-partijraad waar het Lambermontakkoord verworpen werd en de ruzie ten top werd gevoerd, stond u samen met de stoottroepen van de extreem-rechtse studentenvereniging NSV voor de deur nationalistische liederen te zingen om de boel nog wat meer onder druk te zetten. Veel van de mandatarissen waren daar nog geen klein beetje geschokt door.
STORME: "Ik was om andere redenen in Brussel, en de vriend waar ik mee afgesproken had, zei: ‘Ga je niet mee naar de trappen van het Congressenpaleis? Het is daar straks partijraad van de VU en we gaan de mensen aanzetten om tegen te stemmen.’ Spijtig van de indianenverhalen die men daarover verteld heeft, maar dat ik daar stond, was dus puur toeval.?

Maar u stond daar toch maar mooi tussen de jongens en de meisjes van het NSV.
STORME: "Ik stond niét tussen de jongens en meisjes van het NSV, ik stond daar bij de mensen van de Vlaamse Volksbeweging, het KVHV (het Katholiek Vlaams Hogeschoolstudentenverbond; red) en het VNSU (de Vlaams Nationale Studenten Unie). Wij kunnen het NSV toch niet verbieden om daar te komen staan op een openbare ruimte?"

Desalniettemin: als uw naam valt in de pers, dan zijn de extreem-rechtse geurtjes nooit ver weg.
STORME: "In een bepaald soort pers heb je dat rap, hè. Dat men eerst maar eens met concrete feiten aanduidt welke standpunten van mij ondemocratisch zijn. Dáárop kan ik antwoorden, maar niet op vage beschuldigingen."

U bent nog steeds een tegenstander van het cordon sanitaire tegen het Vlaams Blok?
STORME: "Ik ben daar geen voorstander van, maar het hangt er maar vanaf hoe je het definieert. Als je met ‘cordon sanitaire’ bedoelt dat elke partij het recht heeft om zelf te beslissen met wie ze coalities sluit – goed, daar is niks op tegen. Maar in een democratie kan je niet a priori vijftien procent van het kiezerskorps uitsluiten van inspraak, want dat betekent dat je kan regeren met 43 procent van de stemmen; de helft plus één van de overige 85 procent."

Niet waar: je hebt hoe dan ook een meerderheid van álle zetels in het parlement nodig.
STORME: "Nee, want als iemand met het Blok een meerderheid durft vormen, schreeuwen de anderen moord en brand, dus de facto leidt het cordon sanitaire ertoe dat je eigenlijk maar de meerderheid moet halen binnen de andere partijen. Sorry voor de nogal provocerende vergelijking, hoor, maar je mag niet vergeten hoe Hitler in 1933 aan de macht gekomen is. Hij had toen geen meerderheid van de stemmen, en dus zei hij: ‘De communisten tellen niet mee, en bijgevolg heb ik in de rest van het parlement de meerderheid.’ Dat is dus een zeer gevaarlijk mechanisme."

U hoort met andere woorden bij de mensen die zeggen: "Geef het Blok maar eens een kans om mee te besturen?"
STORME: "Voor zover ik me kan herinneren, heb ik dat nooit gezegd. Ik wil alleen dat het niet a priori uitgesloten is om dat te doen. Of het nu al dan niet verstandig is om met het Blok een coalitie aan te gaan, dat is een andere vraag. Hoewel: ik zie nu dat de coalitie met de FPÖ in Oostenrijk het enige middel was om hen te doen verliezen. (in het weekend voor het interview kreeg de partij van Jörg Haider klappen in de Weense gemeenteraadsverkiezingen; red.) Als de ander partijen écht geloven dat het Blok maar over twee dingen kan praten en voor de rest met zijn mond vol tanden staat, dan is dat ballonnetje zo makkelijk te doorprikken dat ik niet begrijp waarom men het cordon sanitaire nodig heeft.

Aan de andere kant: we hebben Roeland Raes een paar weken terug nog de holocaust horen minimaliseren op de Nederlandse televisie, en het is bekend dat een groot deel van de Blok-top er net dezelfde ideeën op nahoudt. Met zulke jongens wil je toch niet werken?
STORME: "Het is hier niet aan mij om Roeland Raes te verdedigen, hè. Dat die man over dat soort zaken nonsens verkondigt, dat ga ik niet betwisten. Maar moet je hem dat verbieden? Ik herinner mij dat er een paar dagen na de rel rond Roeland Raes een artikel verscheen van Gie Van Den Berghe, één van de grote Belgische holocaustspecialisten. Die betoogde dat de argumenten die tegen Raes gebruikt werden elk normaal wetenschappelijk onderzoek naar de holocaust onmogelijk maken. Een historicus kan zijn werk niet doen als vooraf al ideologisch beslist is: ‘Dit is de waarheid, die mag u niet tegenspreken, en wat uw onderzoek verder uitwijst, heeft geen belang.’ Maar ik verdedig Raes’ stellingen niet, hè. Als ik ook maar enige sympathie voor dat soort nonsens had, dan zou men mij niet al verschillende keren uitgenodigd hebben om les te geven in Israel. Maar dat wil niet zeggen dat iemand die zulke nonsens verkoopt gestraft moet worden."

Recht op discriminatie!
We horen hier één van uw stokpaardjes komen. U mag graag van leer trekken tegen de oprukkende politieke correctheid, nietwaar?
STORME: "Ah, ja! Er zijn tegenwoordig tientallen dingen die je niet meet mag zeggen, of je bent een fascist."

Een tijdje geleden waarschuwde u nog voor de ‘totalitaire vrijzinnigheid’.
STORME: "Ik heb ooit wel eens gesproken van "de totalitaire versie van de vrijzinnigheid", maar eraan toegevoegd "er bestaat gelukkig ook nog een andere vrijzinnigheid",

Wat is dat eigenlijk, de totalitaire versie van de vrijzinnigheid?
STORME: "Waar ik voor gewaarschuwd heb is een "partijdige" vorm van tolerantie. Bepaalde vrijheden worden ingeperkt omdat er nog maar één soort waarheid mag verkondigd worden. Je hebt bij ons een aantal fundi’s die zeggen: ‘Wie onze mening niet toegedaan is, die handelt in strijd met de mensenrechten’, maar als je naast hun teksten de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens legt, dan zit daar een hemelsbreed verschil tussen.
Ik ben ervan overtuigd dat een aantal bepalingen van de Belgische racismewet in strijd zijn met de Europese Conventie voor de Rechten van de Mens, omdat ze te grote beperking opleggen aan de vrijheid van meningsuiting. Bepaalde dingen mag je haast niet meer dénken. Mensen beledigen, mensen benadelen en mensen aanzetten tot haat, dat zijn misdrijven, en ik heb er geen enkele moeite mee dat dat bestraft wordt. Maar er is een groot verschil tussen die dingen enerzijds en anderzijds op een rationele manier meningen uiten – zelfs al zijn die compleet verkeerd – waarbij je pleit voor bepaalde discriminaties, maar niet aanzet tot concrete acties waarmee je mensen nare dingen aandoet.
Ik stel vast dat men in het strafproces tegen het Vlaams Blok onder andere beweert dat het Blok een racistische partij is omdat het ervoor pleit om mensen verschillend te behandelen op basis van hun nationaliteit. Maar het is nogal evident dat dat wél gebeurt: dat is in alle landen ter wereld zo, en dat is ook de manier waarop de internationale rechtsorde functioneert. In het internationaal privaatrecht is het bijvoorbeeld de traditie dat men problemen van familierecht oplost volgens de nationale wet. Iemand die uit Italië komt, wordt dus berecht op basis van de Italiaanse wet, ook als hij hier woont. Je kan dat een goeie of een slechte regeling vinden, maar als ik de redenering van het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding volg, is dat dus in strijd met de mensenrechten.
Het onderscheid op basis van nationaliteit kan ook in het voordeel van minderheidsgroepen werken, hè. Het hangt er maar vanaf hoe je dat invult. Non-discriminatie werkt in twee richtingen. Als je zegt: een club mag niet alleen voor mannen zijn, dan verbied je ook een vrouwenclub. En als je zegt dat een club geen mensen van een vreemde nationaliteit mag weren, dan verbied je ook de Marokkaanse voetbalclub. En nog iets: de overheid kan een beleid voeren waarbij achtergestelde groepen bepaalde sociale voordelen krijgen. Dat heb ik altijd verdedigd. Maar positieve discriminatie is óók discriminatie, hè. En dus pleit ik voor het recht op discriminatie. Het is misschien een absurd voorbeeld, maar ik hoef toch niet te verantwoorden waarom ik bepaalde mensen als vriend wil en anderen niet, of waarom ik wel wil trouwen met de ene vrouw en niet met de andere? Niemand hoeft mij daarom voor de rechtbank te dagen, hè."

Tekst: Tom Vandyck
Foto’s: Dimitri Van Zeebroeck