JOHANNES-PAULUS EN HET WEST-EUROPESE NARCISME.

Het is normaal dat de pers het als haar opdracht beschouwt het maatschap-pelijke en religieuze gebeuren ‘kritisch te begeleiden’. Wie zich kritisch op-stelt, moet wel bereid zijn om zelf kwetsbaar te zijn, zeker in een cultuurklimaat waarin kritiek zonder zelfkritiek hoogtij viert. Figuren als priester-senator Nimmegeers (De Morgen, 5 april), Rik Torfs en andere Devillé’s gaan in die zin al eens uit de bocht. Zij vragen om een kritiek van hun kritiek.

Zelf heb ik mij jarenlang vragen gesteld bij het optreden van deze paus. Ik kon een aantal van zijn standpunten moeilijk begrijpen, en soms nog. En moest het aan mij liggen, dan zou ik zeker ruimte geven aan gehuwde priesters en aan een vrouwelijk diaconaat. Want deze elementen hebben wortels tot in de vroegste christelijke traditie. Maar of zulke maatregelen ertoe zouden bijdragen om de kerken in West-Europa en in Vlaanderen weer vol te laten lopen, is hoogst twijfelachtig. Want zonder de rechtlijnigheid van de ‘paus van Polen’, zo streng veroordeeld door de ‘priester van de SP.a’, lopen bv. ook de protestantse kerken leeg. En ook gehuwde en soms ook vrouwelijke of homoseksuele predikanten kunnen daar geen rem op zetten. Pikant detail : de rechtlijnige Evangelische kerken lopen steeds voller, ook hier in het Westen.

Het is een ongelooflijk simplisme te denken dat de onwrikbare orthodoxie van Johannes-Paulus heeft geresulteerd in de lege katholieke kerken in West-Europa. Alleen een diepgaande cultuurfilosofische analyse kan hier enig licht op werpen. Het is in het bestek van dit stuk onmogelijk om die analyse volledig te maken. Maar als we naar fundamentele oorzaken zoeken kunnen we zeker niet voorbij het secularisme, dat in de nadagen van het tweede Vaticaans Concilie (maar zeker niet als theologische visie van dat concilie) tot zijn voltooiing is gekomen. De heersende ideologie is sinds die tijd steeds secularistisch geworden, ook in de media. En de verwarring tussen secularisme en Vaticanum II heeft ook in de kerken verwoestend gewerkt. Want dit secularisme, dat het menselijke subject in het centrum van kosmos en zingeving plaatst, is wezenlijk onchristelijk.

Het zou me te ver leiden om de uitwassen daarvan in geestelijk leven en li-turgie te omschrijven. Maar als bv. een begrafenisdienst eindigt met een ge-zamenlijk gezongen happy birthday to you, omdat de aflijvige op de dag van zijn begrafenis zou verjaard zijn, of als tijdens de kerkelijke begrafenis opeens het rock around the clock door de luidsprekers van de kerk klinkt – ik fantaseer helaas niet - dan durf ik toch met beschuldigende vinger wijzen naar de zgn. client-centered priesters die zulke stompzinnigheden vanwege de geëmancipeerde gelovigen hebben bevorderd en nog steeds bevorderen, of uit angst gedogen. Als je als Kerkleiding hierop niet reageert met strakke liturgische voorschriften dan heb je gewoon geen reden van bestaan meer. Ook al hypothekeer je daarmee helaas ook de schaarse kwalitatief goede liturgische creaties.
Men kan niet ontkennen dat dit simpele voorbeeld symptomatisch is voor de in wezen narcistische zelfgenoegzaamheid van de West-Europese cultuur, die zich door niets uitwendigs wil laten normeren, ook niet meer door de rede en zelfs steeds minder door het gezonde boerenverstand. Deze eigengereidheid manifesteert zich op alle domeinen, gaande van politiek en onderwijs naar religie, levensbeschouwing, ethiek en samenlevingsproblemen. Het is op dat vlak dat zich de kloof tussen Johannes-Paulus en West-Europa – lees : tussen het christendom zelf en de heersende mentaliteit in West-Europa – situeert.

In dit conflict is Johannes-Paulus onbuigzaam geweest voor de West-Europese zelfgenoegzaamheid. Daarom is hij ook een geestelijke reus van onze tijd. Het is gewoon ondenkbaar dat een man met zulk talent tot empathie, met zulke intellectuele bagage en getekend door de existentiële levenservaringen van het nabije Auschwitz en van de Goelag-dictatuur, de Westerse mens alleen maar op stang wilde jagen met zijn rechtlijnige opvattingen. Een uitgesproken vijandigheid trotseren doe je als paus met zulke achtergrond alleen maar wanneer je wezenlijke zaken op het spel ziet staan. Het is de West-Europese mens die voor een gewetensonderzoek staat. Althans voorzover hij daartoe nog in staat is.

Nimmegeers kleineert het succes van Johannes-Paulus bij de jongeren : zij wilden de singer zien, maar niet de song horen. Men kan zich natuurlijk af-vragen hoeveel jongeren de ‘progressieve’ song van de priester-senator ooit hebben willen beluisteren. Dit is niet ad-hominem bedoeld. Ik wil alleen maar zeggen dat het ‘progressieve’ discours vele jongeren de strot uitkomt, omdat het zo leeg en zielloos is, in een wonderlijke mix van totalitarisme en tolerantie. Sommigen hebben reeds gesproken van totalitairantie. Het succes van Johannes-Paulus bij vele jongeren daarentegen wordt gevoed door het feit dat hun ouders en opvoeders, veelal erfgenamen van mei ’68, ineengekrompen zijn tot verwende en zeurende consumenten die hun kinderen geen diepere motieven kunnen geven om te leven. Johannes-Paulus liet met zijn overtuigingskracht een ander geluid horen, dat vele jongeren aansprak. Al is dat misschien minder waar voor jong Vlaanderen, dat in de greep zit van het nihilisme van ‘de Morgen’ en ‘Humo’.

West-Europa kan best alle zelfgenoegzaamheid achterwege laten. Cultureel en demografisch delen we steeds minder de lakens uit. Economisch worden we voorbijgestoken door China en India. De vergrijzing en het consumentisme hypothekeren onze toekomst. Ook op religieus vlak moeten we niet denken dat West-Europa nog langer de dienst kan uitmaken in de wereldkerk. Dat zullen de Oost-Europeanen, de Zuid-Amerikanen, de Aziaten en op termijn ook de Afrikanen wel voor ons doen.

Ik hoop dat we een zwarte of Latijns-Amerikaanse paus krijgen. Dat zou op zijn minst een welgekomen heilzame krenking zijn van het West-Europese narcisme.

Frans Van Looveren, theoloog èn overtuigd katholiek.