VAN TRUST GESPEEND ?
TRUSTS EN FIDUCIAIRE FIGUREN IN HET BELGISCH PRIVAATRECHT*
 

Prof. Dr. Matthias E. STORME

hoogleraar KU Leuven & Universiteit Antwerpen

advocaat te Brussel

Deze tekst verscheen in TPR 1998, 703-819 (recensie in JT 1999, 819) en kan ook gevonden worden op http://www.storme.be/trust.pdf

Inhoud

 

Inleiding (1-2)

 

I. Overzicht van de belangrijkste regels van Belgisch recht die problemen veroorzaken (3)

 

A. Zakenrechtelijke beperkingen.

 

1. Inleiding op de zakenrechtelijke beperkingen (4)

 

2. Numerus clausus (5)

 

3. Geen temporele opsplitsing eigendomsrecht (6)

 

4. Geen zakelijke rechten zonder titularis (7)

 

5. Beperkter karakter van de zakelijke subrogatie (o.a. confusio nummorum) (8-10)

 

6. (On)geldigheid van de zekerheidseigendom.

a. Beginselen (11-13)

b. Schakeringen (14-21)

c. Besluit (22-23)

d. Eigendomsvoorbehoud (24)

 

7. Nuancering bij schuldvorderingen en soortgelijke goederen (aandelen).

a. Het zakelijk statuut van schuldvorderingen in het algemeen - draagwijdte van de klassieke beginselen van zakenrecht bij toepassing ervan op schuldvorderingen (25)

1° Klassieke beginselen van ons zakenrecht (26)

2° Terzijdestelling van die klassieke beginselen door "inherente" bepalingen van de schuldvordering (27)

3° Overblijvende betekenis van die klassieke beginselen bij schuldvorderingen (28)

b. Toepassingen (29)

1° Onvervreemdbaarheden en overdraagbaarheidsbeperkingen, verblijvens- en voortzettingsbedingen (30-33)

2° Deelbaarheid en ondeelbaarheid (34)

3° Onbeschikbaarheden (35)

4° Onbenoemde zakelijke rechten; scheiding van beheer en vermogenswaarde ? (36-37)

c. Schakering volgens de vorm waarin de schuldvordering is gegoten (38)

1° Schuldvorderingen op naam (39))

2° Schuldvorderingen aan toonder of order (40-41))

 

B. Verbintenisrechtelijke beperkingen

 

1. Algemeen (42)

 

2. Begunstiging van een derde; begunstiging van een nog niet bestaande persoon (43-44)

 

3. Dadelijk en onherroepelijk karakter van de schenking (45-47)

 

4. Beveiliging van de vrije omloop der goederen (48)

a. Beperkingen aan onvervreemdbaarheidsbedingen - algemeen.

1° Algemene regel en uitwerking (49)

2° Minder verregaande beperkingen (50))

3° Verstrenging bij beschikkingen om niet (verbod van beschikkingen over de hand) (51)

4° Gevolgen van geldige bedingen : nog geen zakelijke werking (52)

b. Beperkingen aan onvervreemdbaarheidsbedingen - schuldvorderingen (53-55))

c. Vergelijkbare bedingen (56)

 

5. Beperking in de tijd van alle rechten (57)

 

6. Bescherming van schuldeisers (58)

 

C. Erfrechtelijke beperkingen.

 

1. Recht op voorbehouden erfdeel - in natura (59-61°

 

2. Inbrengverplichting (62)

 

3. Verbod van overeenkomsten over niet opengevallen nalatenschappen (63)

 

D. Huwelijksgoederenrechtelijke en vergelijkbare beperkingen (64)

 

E. Wettelijke naastingsrechten (65)

 

F. Vennootschapsrechtelijke beperkingen (66-67)

 

G. Slotbemerking (68)

 

II. Overzicht van "fiduciaire" rechtsfiguren - andere dan zekerheidsmechanismen - naar Belgisch recht (69)

 

A. Vennootschap met rechtspersoonlijkheid - de begunstigde is aandeelhouder (70-78)

 

B. Vereniging en stichting met rechtspersoonlijkheid (79)

 

C. De begunstigde is louter schuldeiser, de eigendom berust bij de beheerder : fiducia cum amico

 

1. Beginsel, toepassingen, kwalificatie (80-82)

 

2. Mogelijke privaatrechtelijke gevolgen : voordelen (83)

 

3. Mogelijke privaatrechtelijke gevolgen : nadelen (84-85)

 

4. Versterking van de positie van de begunstigde.

a. Mechanismen met zakelijke werking.

1° Zakelijk recht van de begunstigde (86-88)

2° Zakelijke werking van een ontbindende voorwaarde (89-90)

3° Klassieke zakelijke zekerheidsrechten (91)

b. Andere mechanismen.

1° Publiekrechtelijk toezicht (92)

2° Privaatrechtelijke, quasi-vennootschapsrechtelijk toezicht (93)

Special purpose vehicle (94)

4° Verbod van beheerseigendom (95)

 

D. De begunstigde is volle eigenaar, de fiduciaris louter middellijk vertegenwoordiger (96)

 

1. Beginselen van middellijke vertegenwoordiging (97-99)

 

2. Nadere bespreking van de rechtsgevolgen; voordelen en beperkingen

a. Omvang van de bevoegdheid van de middellijke vertegenwoordiger (100)

b. Positie van de opdrachtgever en diens schuldeiers (101-104)

c. Positie van dde vertegenwoordiger (105)

d. In beginsel geen zakelijke of privatieve werking van de vertegenwoordigingsbevoegdheid (106-111)

d. Certificering van onroernedd goed via middellijke vertegenwoordiging (112)

 

3. Nadere ontleding van het statuut van de vordering op de derde, die de vertegenwoordiger verwerft.

a. De rechtsregels (113)

b. Hun verklaring (114-122)

 

4. De kwaliteitsrekening.

a. Mogelijke kwalificaties (123-128)

b. Nadere regels en gevolgen (129-136))

 

D. Bijkomende regels wanneer de begunstigden mede-eigenaars zijn (137)

 

1. Soorten mede-eigendom.

a. Vrije en gebonden mede-eigendom (138)

1° Gevolgen van gebonden mede-eigendom (139-141)

2° Gevolgen van vrije mede-eigendom (onverdeeldheid) (142-143)

b. Mede-eigendom van afzonderlijke goederen en mede-eigendom van een geheel van goederen (gezamenhandse eigendom) (144-145)

 

2. Mede-eigendom met afgescheiden vermogen nader bekeken (146)

a. Verhaalbaarheid van schulden (147)

1° Gemeenschapsschuldeisers (148-149))

2° Eigen schulden van de mede-eigenaars (150)

b. Veralgemeende zakelijke subrogatie (151)

c. Andere kenmerken van de mede-eigendom met afgescheiden vermogen (152-157)

 

III. Belgisch internationaal privaatrecht.

 

A. De verwijzingsregels

 

1. Inleiding : binnenlandse tegenover internationale verhoudingen.

 

2. Verbintenissenrecht

a. Overeenkomstenrecht (159-161)

b. Onrechtmatige daad (162)

 

3. Zakenrecht en erfrecht

a. Algemeen (163-167)

b. Schuldvorderingen

1° Algemeen (schuldvorderingen op naam) (168-170)

2° Schuldvorderingspapieren (171-172)

c. Zakenrechtelijke waardepapieren (173)

d. Onlichamelijke aandelen in een afgescheiden vermogen (174)

 

B. Privaatrechtelijke gevolgen van toepasselijkheid van Belgisch recht.

 

1. Gevolgen van toepasselijkheid van Belgisch erfrecht

a. Voor testamentaire beschikkingen (175)

b. Voor eerdere handelingen onder levenden van de erflater (176)

 

2. Gevolgen van toepasselijkheid van Belgisch zakenrecht

a. Algemeen (177)

b. De herkwalificatie (178)

1° Vb. goederen die onder het bewind van een trustee werden geplaatst (179-180)

2° Vb. buitenlands administratiekantoor (181))

3° Vb. kwaliteitsrekening (182)

 

IV. Besluit : in welke mate bestaan er trusts in het Belgische recht ? (183-185)

 .