GRENZEN AAN DE GELIJKSCHAKELING

Repliek door mr. Matthias E. STORME, Voorzitter van het Vlaams Pleitgenootschap bij de balie te Brussel, op de openingsrede van mr. Keuleneer uitgesproken op 10 november 1995




1. Mr. Keuleneer, I come to bury Caesar, not to praise him. Mag ik dan ook vragen of U, naar het woord van mijn geliefde dichter Marsman, geen eeuwen en eeuwen te laat bent geboren ? U verdedigt een klassiek konsept van maatschappelijke orde als het geheel van waarden en instituties die een gemeenschappelijke grondslag vormen voor het samenleven in gemeenschap. U verdedigt dat de grondwaarden en -instituties in de universele morele wet moeten worden verankerd en bij de morele wet die in elk menselijk leven is ingebouwd moeten aansluiten. U verdedigt de traditionele opvatting over de verhouding tussen recht en moraliteit. U verdedigt een beperking van het voorwerp van het recht tot algemene gedragsnormen. U verdedigt het primaat van de politiek, minstens de eigenheid van het politieke domein. U verdedigt de hiërarchie ook tussen kulturen, het recht om de norm van de ene kultuur boven die van de andere te stellen. U verdedigt de traditie. U wil ze konserveren.

2. Wat valt er echter nog te konserveren ? Now lies he there, and none so poor to do him reverence1. De moraliteit is dood, wij leven in een amorele wereld, waar de idee zelf van een morele verplichting een misdrijf is. Wij leven in een goddeloze wereld, waar het openlijk belijden van de godsdienst als aanstootgevend wordt verboden. Onze wereld is een zelfbedieningsmarkt van waarden, waaruit ieder eklektisch zijn cocktail kan samenstellen. Wij aanvaarden alleen nog de etiek van de mensenrechten, die er uiteindelijk op neerkomt dat elke beperking van de individuele willekeur als ondraaglijk wordt aangevoeld2. Wij leven in een maatschappij die fundamentele differenties van het menszijn, zoals het leeftijdverschil tussen ouders en kinderen, het verschil tussen man en vrouw, en zelfs het geboren worden en de sterfelijkheid van de mens, niet langer aanvaardt, laat staan het onderscheid tussen gezagdragers en dienaars. Het maatschappelijk weefsel is ontbonden, de maatschappelijke orde is dood. U verdedigt een achterhaalde idee.

3. Mr. Keuleneer, begrijpt U de argumenten niet ten gunste van de voortdurende schepping van nieuwe rechten ? Zijn zij dan niet indrukwekkend ? Wie kan er tegen de verdelende rechtvaardigheid zijn, op grond waarvan zoveel in onze maatschappij van overheidswege steeds meer wordt herverdeeld ? Op grond waarvan de verschillen in inkomen en vermogen steeds verder worden verkleind ? Wie kan er tegen gelijke kansen zijn, tegen emancipatie van achtergestelden, op grond waarvan er desnoods positieve diskriminatie moet worden opgelegd ? Wie kan er tegen het recht op zelfontplooiing zijn, op grond waarvan eenieder moet worden bevrijd van een beklemmende moraal en kerkelijk leergezag ? Wie kan er tegen politieke korrektheid zijn, op grond waarvan elke kwetsende waarheid moet worden verboden, zelfs uit onze gedachten moet worden verbannen ? Wie kan er tegen zijn dat ouders hun kinderen willen vrijwaren van het afgrijselijke zicht van een bloedende gekruisigde, op grond waarvan kruisbeelden uit de scholen moeten ? Wie kan er tegen zijn dat alle vormen van diskriminatie in de Vlaamse samenleving worden weggewerkt ? Mevrouw Van Asbroeck is a honourable women. En egalitarisme is a proper noun.

Hoe zou U emancipatie kunnen scheppen zonder een inflatie aan rechten? Vanzelfsprekend betekent inflatie aan rechten ontwaarding van elk recht afzonderlijk. Het begrip zelf van subjektief recht is gegroeid om de mens los te maken uit de enge gemeenschap, waarbinnen alles op reciprociteit berust, om de grote, open society mogelijk te maken3, om de laatste resten van de feodaliteit op te ruimen. Is het niet normaal dat wie rechten heeft wat moet inleveren om nieuwe rechten te kunnen geven aan wie zich verongelijkt voelt? Is de gedachte aan een fatum in onze gesekularizeerde wereld immers niet zo ondraaglijk dat elke ontgoocheling recht geeft op een remedie4 ? Emancipatie heeft nu eenmaal neveneffekten, heeft nu éénmaal tot gevolg dat de moraal wordt verwijderd uit het publieke leven, dat het recht zelfs geen etisch minimum meer kan waarborgen.

4. U bent verbaasd, mr. Keuleneer, over de afwezigheid, in de steeds verdergaande juridizering, van het domein van de moraliteit in traditionele zin, van bescherming tegen de vervuiling van het geestelijk en kultureel leefklimaat. U klaagt over de inflatie aan rechten als een effekt van het gelijkheids- en emancipatiestreven. U vraagt of deze inflatie het Recht in klassieke zin niet ontwaardt. U vreest een gebalkanizeerde samenleving, waar uiteenlopende cultuurgroepen als gelijkwaardig worden beschouwd, en er dus geen algemeen geldende normen meer zijn.

Hoor ik niet in uw rede, zoals in die van Antonius : "What private griefs they have, alas, I know not" ?

Maar zou het niet kunnen dat de afbraak van de moraliteit in traditionele zin, de vervuiling van het geestelijk en kultureel leefklimaat, de ontwaarding van de "oude" rechten en van hét Recht in klassieke zin geen neveneffekten zijn, maar hoofddoelstelling ? Dat niet de ontwaarding van het Recht neveneffekt is van een inflatie aan nieuwe rechten, maar de inflatie in tegendeel bewust wordt geschapen om het Recht in klassieke zin uit te schakelen ?

Tolerantie tegenover de vervuiling van het geestelijk en kultureel leefklimaat gekoppeld aan intolerantie tegenover de traditionele waarden is geen toevallige tegenstrijd, maar een bewuste politiek, waartoe meer bepaald Herbert Marcuse heeft opgeroepen onder de naam partisan-tolerance of discriminate-tolerance. Deze zogezegde tolerantie diskrimineert tussen "korrekten" en "inkorrekten", tussen wat volgens hén demokratisch is en wat volgens hén ondemokratisch is. Zij is intolerant jegens de traditie en de groepen die zich op de traditie durven beroepen, en tolerant jegens alles wat de traditie uitschakelt en de groepen die tegen de traditie te keer gaan. Deze "diskriminatie" durft men dan nog soms "positieve" diskriminatie noemen.

Het gaat dan ook geenszins om de gelijkwaardigheid van verschillende kulturen of godsdiensten, om de gelijkwaardigheid van de verschillende mogelijke groepen in de maatschappij - om een kultuurrelativisme dat ik niet in dezelfde mate verwerp als de openingsredenaar. Het gaat om de totale gelijkschakeling, de totale homogenizering van de mens. Het gaat niet om multikulturalisme in de zin van erkenning van de eigenheid der kulturen, maar om multikulturalisme in de zin van onteigening, van totale gelijkschakeling van alle kulturen. Het gaat niet om tolerantie tegenover uiteenlopende morele opvattingen, maar om intolerantie tegenover de moraal als dusdanig. Het gaat niet om tolerantie tegenover uiteenlopende godsdiensten, maar om intolerantie tegenover de godsdienst als dusdanig. Het gaat niet om de gelijkheid van mannen en vrouwen, maar om de afschaffing van de eigenheid van de man en de afschaffing van de eigenheid van de vrouw. Het gaat om de verplichting tot indifferentie.

Was U niet getroffen door twee kommentaren, met slechts twee dagen tussentijd, van een "politiek korrekte" redakteurin van De Standaard : op 30 oktober jl. maakt ze het arrest van het Hof van Justitie van de EG dat positieve diskriminatie van vrouwen veroordeelde, uit voor pervers, nadat zij twee dagen eerder het idee van een droit à la différence voor kulturele minderheden eveneens een pervers idee noemde en opriep tot een combat républicain voor de sekuliere republiek, waarbij ze de katolieke integristen als vijanden van deze republiek op één lijn stelde met islamitische terroristen.

Subjektieve rechten zijn inderdaad werktuigen geworden van een "doelgroepenbeleid". Doch zulk beleid zelf is ook maar een tijdelijk werktuig, dat niet uit liefde voor die doelgroep wordt gebruikt, maar uit haat tegenover elke ongelijkheid, tegenover elke differentie. Het is de haat die sommigen, en niet van de minsten, proberen te zaaien in alle lagen der bevolking, door aan eenieder te veel te beloven en elkeen op te zetten tegen wie meer is, meer kan, meer wil, meer doet5. En zij weten, met Marcuse voorop, dat de gewone mens meestal die haat niet heeft, meestal eerbied heeft voor wie meer is, meer kan, meer wil, meer doet, zodat die haat slechts kan worden gezaaid bij hen die aan de kant staan zijn, vrijwillig of door het noodlot. Een "doelgroepenbeleid" is een zoeken naar groepen die het werktuig kunnen worden van deze haat en drang naar gelijkschakeling.

Daartoe dan ook moet het onderscheid tussen "normaliteit" en "abnormaliteit" worden uitgeroeid. Promoveer elke afwijking van de traditie tot "anders-normaal" zijn; kulpabilizeer wie de traditionele waarden hooghoudt met de slogan dat wij eigenlijk allen abnormaal zijn, vooral wie meer is, meer kan, meer wil, meer doet.

Zo is het recht paradoksaal genoeg een werktuig geworden voor de totale "normalizering", voor de nivellement vers le bas, aangezien het enkel op het nivo nul is dat de gelijkheid kan worden verwezenlijkt. Op dat nivo kan een nieuwe wereld worden opgebouwd, met een nieuwe mens - maar het zal een Brave New World zijn en een ééndimensionale mens. Juridizering van alle menselijke verhoudingen is het middel om elke differentie, elke hiërarchie te lijf te gaan. Juridizeer de verhoudingen binnen het gezin - zowel tussen echtgenoten als tussen ouders en kinderen. Juridizeer de verhoudingen op school - het aanvechten van eksamenbeslissingen of van de keuze van een school om al dan niet gemengd te zijn. Juridizeer de verhoudingen binnen elk samenwerkingsverband. Doe de rechter tussenkomen in binnenkerkelijke aangelegenheden, zich moeien met de inwendige aangelegenheden van vrije verenigingen. Kortom, gebruik het recht voor, naar het woord van Habermas, een steeds verdergaande Kolonisation der Lebenswelt.

Daar het om de totale gelijkschakeling van de mens gaat, hou geen halt bij haar of zijn daden, maar richt U ook, zelfs op de eerste plaats, op haar of zijn geest, mentaliteit, gedachten. Beteugel niet alleen rassistische daden door middel van de strafwet, maar ook, zelfs allereerst, rassistische gedachten. Politiek inkorrekt denken wordt zo een veel zwaardere zonde dan diskriminatie in daad alleen.

Dit sluipend totalitair gif duikt overal op. Een banaal, maar veelzeggend voorbeeld. Op de voorpagina van de krant6 wordt het ongehoord geacht dat hardrijders eerst boven de 130 km/ uur geflitst worden, niet zozeer omdat ze dan sneller rijden dan 130 km/uur, maar omdat ze dan meestal wel 140 km/uur op de teller lezen en dus denken dat ze 140 km/uur rijden. Niet alleen het hardrijden moet worden gestraft, maar vooreerst al het verlangen ernaar, de gedachte eraan. Dit noemt men "de mentaliteit vernaderen". Dit noem ik kolonizatie van de geest.

5. Hoe slaagde een minderheid van haatzaaiers erin slagen om met de benutting van enkele marginale groepen het klimaat te beheersen ? Hoe kon het zover komen. Mr. Keuleneer, U haalt enkele van de oorzaken aan, maar ik zou ze meer in de verf zetten.

a) Zo is er zeker een Trahison des clercs (Julien Benda). Zij die het hoge woord voeren hebben meegedaan aan het opbieden, het teveel beloven, het haatzaaien, het viktimizeren. Zij hebben bescherming van de kleine man verward met politiek van de kleinheid en de verheffing van het volk met het aftoppen van haar elite. Zij die het hoge woord voeren hebben meegedaan aan het vervlakken, het macdonaldizeren, het versoapen, het atomizeren. Zij hebben openheid van geest en tolerantie verward met minachting voor het eigene en samenhorigheid met het volk met vulgariteit en simplisme. En de anderen, zij zwijgen, zij abdikeren, zij buigen voor de terreur van de political correctness, zij verstoppen zich in de kleurloosheid.

b) Zo is ons maatschappelijk weefsel ontbonden7 door de weldaden van de welvaartsstaat, door de steeds verdergaande kollektivizering, sentralizering van de solidariteit, waardoor deze zogenaamde solidariteit minder en minder berust op de reciprociteit van de kleinere gemeenschap, de samenhorigheid binnen de eigen groep. De afbouw van de reciprociteit, van de wederkerigheid van rechten en plichten jegens elkaar, maakt het opeisen van rechten vrijblijvend, de maatschappij tot één reuze zelfbedieningsmarkt, en ons fin de siècle tot een "eis"tijdperk. Het leidt tot kollektief narcisme8, waarbij men voortdurend à la carte leeft en weigert zich te vereenzelvigen met een groep met een samenhangende waardenschaal. Dit is sekularizatie in de meest ruime betekenis van het woord. Sterke kollektivizering en ontworteld individualisme vormen daarbij geen tegenstelling, maar bevestigen elkaar. Beiden steunen op de vernieling van de volkskultuur, van de eigen kultuur van de verschillende bevolkingsgroepen, -klassen en wijken, met eigen tradities, waarden en simbolen, op de vernieling van de traditionele havens gezin, kerk en buurt9.

6. Ten slotte, mr. Keuleneer, uw remedie. Ik volg U waar U pleit voor een beperking van de juridizering. Ik zou het nog duidelijker stellen : wij hebben nood aan rechtsvrije ruimten10, waar het non-diskriminatiebeginsel niet speelt.

Ik volg U niet helemaal, waar U meent het recht enkel wil laten bestaan uit algemene gedragsnormen, die voor eenieder gelden, waar U het recht terug in overeenstemming wil brengen met de universele morele wet. Twee redenen heb ik daarvoor.

a) Ten eerste is het daarvoor te laat. De gelijkschakeling is reeds te ver gevorderd. Wij moeten voorwaar de gelijkschakeling, de verplichte indifferentie met alle macht bestrijden. Maar konservatisme is daartoe niet meer de remedie, daar men slechts kan konserveren wat nog is. Restauratie van de traditie is een inwendige tegenspraak11. Met U weiger ik te geloven dat de door U beschreven ontwikkeling onomkeerbaar is. Maar de kering kan slechts worden ingezet door het verzet van kleine groepen. Niet van het doorhollende establishment, noch van de aan massakultuur verslaafde Children of futility. Herstel van de orthodoksie kan slechts komen van ketters. Tegenover de traditionele politiek, de poging om de meerderheid te vormen, plaats ik "The heretical imperative"12 van de minderheid. De waarden van de traditie kunnen niet meer als aangeboren, universeel worden opgenomen en verdedigd, maar nog slechts als het voorwerp van een keuze. De vraag daarbij luidt - ik citeer prof. H. de Dijn - "of nog voldoende individuen en groepen voeling hebben al was het maar met brokstukken van een levende traditie en of ze de sterkte en het vertrouwen bezitten om vandaaruit te leven en de genade zullen ondervinden de betekenis, de subtiliteit en de kwetsbare grootsheid van de transcendente waarden aan anderen door te geven ondanks de druk van de postmoderne omgeving. Deze omgeving, aangetast door de kankers van cynisme, apathie en excessiviteit (...)"13.

b) Ten tweede meen ik dat wij niet het recht hebben onze waarden en instituties op te leggen aan eenieder - in zoverre deel ik het relativisme der kulturen - maar wel eenieder mogen verplichten tot gemeenschapsvorming. Wij hebben recht nodig om ruimte te scheppen voor kleine gemeenschappen. Het recht mag zich daar inhoudelijk niet mee moeien, maar mag de ruimte ook niet overlaten aan de allerindividueelste willekeur.

7. Beide redenen geven U en mij het recht om autonomie in verantwoordelijkheid op te eisen voor die groep van mensen die wél uw of mijn waarden deelt.

a) Internationaal hebben wij niet het recht onze levenswijze op te leggen aan alle volkeren. Maar wij hebben wel het recht om, waar er een zekere eigenheid is, onze levenswijze en eigenheid op een een eigen territorium uit te bouwen. Wij hebben het recht de lof der grenzen te zingen, de éloge des frontières van Alain Finkielkraut14, omdat demokratie slechts mogelijk is binnen grenzen en vrede door grenzen.

b) Binnen een land hebben wij niet het recht, ja op dit ogenblik zelfs niet meer de mogelijkheid, traditionele waarden op te leggen aan eenieder. Maar wij hebben het recht ze te vrijwaren onder gelijkgezinden. Wie zich verzetten tegen de gelijkschakeling hebben het recht én de plicht om daartoe zoveel mogelijk opzichten van het menselijk leven te onttrekken aan de imperatieven van de gelijkheid en de overheidsbemoeienis. Zij hebben het recht deze te struktureren in vrije verenigingen, waarvan eenieder die toetreedt de zelfbepaalde regels moet eerbiedigen. Zij hebben het recht op een maatschappelijk middenveld van kleine gemeenschappen, dat niet wordt gekolonizeerd door de ideologie van de non-diskriminatie. Zij hebben het recht om in dat middenveld, aan de deur van hun instellingen, te diskrimineren jegens wie hun waarden niet deelt of eerbiedigt.

Binnen gewisse grenzen moeten wij elkeen de keuze laten in zijn toebehoren tot de ene of de andere groep of gemeenschap, ja zonodig laten overgaan tot het vormen van een nieuwe groep of gemeenschap, tot een droit à la différence in groep. Maar hebben wel het recht de individuele willekeur, de waardenbeleving à la carte te stoppen. Wij hebben het recht elkeen tot keuze te verplichten en tot solidariteit binnen de gekozen groep.

Het behoud van waarden, van het maatschappelijk weefsel, moet komen van die minderheden, van kleine groepen die weigeren op te gaan in de kleurloosheid, die zich verzetten tegen de gelijkschakeling. Erken hun recht hun lot in eigen hand te nemen, hun eigen waarden te beleven, los van de koepels en zuilen die hun eigenheid voor een bord linzensoep hebben verkocht aan de tafel der machtigen.

Tegen de inflatie aan individuele mensenrechten en de daarmee samenhangende kollektivizering van de private sfeer, pleit ik dan ook voor groepsrechten. Groepsrechten niet in de zin van kwota, waarbij elke groep eisen heeft jegens de rest van de maatschappij, maar groepsrechten waarbij elke groep op bepaalde domeinen omgekeerd het recht heeft zich niét om de andere groepen en hun regels te bekommeren, maar zichzelf te bepalen in verantwoordelijkheid. Wanneer b.v. ouders een school oprichten met een bepaalde levensovertuiging, hebben zij het recht anderen, die deze niet wensen te delen, daaruit te weren. Willen zij een niet-gemengde school, dan hebben zij het recht die zo te houden.

Slechts een ruimte die vrij is van het non-diskriminatiebeginsel heeft plaats voor andere menselijke waarden, die slechts door diskriminatie kunnen bestaan. Liefde en vriendschap, eerbied en trouw, waarheidsliefde en dankbaarheid kunnen slechts bestaan bij gratie van diskriminatie.

Ik heb gezegd.

Disclaimer: Information provided here does not reflect official UA viewpoints nor gives rise to any claim against the author