1. Mr. Keuleneer, I come to bury Caesar, not to praise him.
Mag ik dan ook vragen of U, naar het woord van mijn geliefde dichter
Marsman, geen eeuwen en eeuwen te laat bent geboren ? U verdedigt
een klassiek konsept van maatschappelijke orde als het geheel
van waarden en instituties die een gemeenschappelijke grondslag
vormen voor het samenleven in gemeenschap. U verdedigt dat de
grondwaarden en -instituties in de universele morele wet moeten
worden verankerd en bij de morele wet die in elk menselijk leven
is ingebouwd moeten aansluiten. U verdedigt de traditionele opvatting
over de verhouding tussen recht en moraliteit. U verdedigt een
beperking van het voorwerp van het recht tot algemene gedragsnormen.
U verdedigt het primaat van de politiek, minstens de eigenheid
van het politieke domein. U verdedigt de hiërarchie ook tussen
kulturen, het recht om de norm van de ene kultuur boven die van
de andere te stellen. U verdedigt de traditie. U wil ze konserveren.
2. Wat valt er echter nog te konserveren ? Now lies he there,
and none so poor to do him reverence1. De moraliteit is dood,
wij leven in een amorele wereld, waar de idee zelf van een morele
verplichting een misdrijf is. Wij leven in een goddeloze wereld,
waar het openlijk belijden van de godsdienst als aanstootgevend
wordt verboden. Onze wereld is een zelfbedieningsmarkt van waarden,
waaruit ieder eklektisch zijn cocktail kan samenstellen. Wij aanvaarden
alleen nog de etiek van de mensenrechten, die er uiteindelijk
op neerkomt dat elke beperking van de individuele willekeur als
ondraaglijk wordt aangevoeld2. Wij leven in een maatschappij die
fundamentele differenties van het menszijn, zoals het leeftijdverschil
tussen ouders en kinderen, het verschil tussen man en vrouw, en
zelfs het geboren worden en de sterfelijkheid van de mens, niet
langer aanvaardt, laat staan het onderscheid tussen gezagdragers
en dienaars. Het maatschappelijk weefsel is ontbonden, de maatschappelijke
orde is dood. U verdedigt een achterhaalde idee.
3. Mr. Keuleneer, begrijpt U de argumenten niet ten gunste van
de voortdurende schepping van nieuwe rechten ? Zijn zij dan niet
indrukwekkend ? Wie kan er tegen de verdelende rechtvaardigheid
zijn, op grond waarvan zoveel in onze maatschappij van overheidswege
steeds meer wordt herverdeeld ? Op grond waarvan de verschillen
in inkomen en vermogen steeds verder worden verkleind ? Wie kan
er tegen gelijke kansen zijn, tegen emancipatie van achtergestelden,
op grond waarvan er desnoods positieve diskriminatie moet worden
opgelegd ? Wie kan er tegen het recht op zelfontplooiing zijn,
op grond waarvan eenieder moet worden bevrijd van een beklemmende
moraal en kerkelijk leergezag ? Wie kan er tegen politieke korrektheid
zijn, op grond waarvan elke kwetsende waarheid moet worden verboden,
zelfs uit onze gedachten moet worden verbannen ? Wie kan er tegen
zijn dat ouders hun kinderen willen vrijwaren van het afgrijselijke
zicht van een bloedende gekruisigde, op grond waarvan kruisbeelden
uit de scholen moeten ? Wie kan er tegen zijn dat alle vormen
van diskriminatie in de Vlaamse samenleving worden weggewerkt
? Mevrouw Van Asbroeck is a honourable women. En egalitarisme
is a proper noun.
Hoe zou U emancipatie kunnen scheppen zonder een inflatie aan
rechten? Vanzelfsprekend betekent inflatie aan rechten ontwaarding
van elk recht afzonderlijk. Het begrip zelf van subjektief recht
is gegroeid om de mens los te maken uit de enge gemeenschap, waarbinnen
alles op reciprociteit berust, om de grote, open society mogelijk
te maken3, om de laatste resten van de feodaliteit op te ruimen.
Is het niet normaal dat wie rechten heeft wat moet inleveren om
nieuwe rechten te kunnen geven aan wie zich verongelijkt voelt?
Is de gedachte aan een fatum in onze gesekularizeerde wereld immers
niet zo ondraaglijk dat elke ontgoocheling recht geeft op een
remedie4 ? Emancipatie heeft nu eenmaal neveneffekten, heeft nu
éénmaal tot gevolg dat de moraal wordt verwijderd
uit het publieke leven, dat het recht zelfs geen etisch minimum
meer kan waarborgen.
4. U bent verbaasd, mr. Keuleneer, over de afwezigheid, in de
steeds verdergaande juridizering, van het domein van de moraliteit
in traditionele zin, van bescherming tegen de vervuiling van het
geestelijk en kultureel leefklimaat. U klaagt over de inflatie
aan rechten als een effekt van het gelijkheids- en emancipatiestreven.
U vraagt of deze inflatie het Recht in klassieke zin niet ontwaardt.
U vreest een gebalkanizeerde samenleving, waar uiteenlopende cultuurgroepen
als gelijkwaardig worden beschouwd, en er dus geen algemeen geldende
normen meer zijn.
Hoor ik niet in uw rede, zoals in die van Antonius : "What
private griefs they have, alas, I know not" ?
Maar zou het niet kunnen dat de afbraak van de moraliteit in traditionele
zin, de vervuiling van het geestelijk en kultureel leefklimaat,
de ontwaarding van de "oude" rechten en van hét
Recht in klassieke zin geen neveneffekten zijn, maar hoofddoelstelling
? Dat niet de ontwaarding van het Recht neveneffekt is van een
inflatie aan nieuwe rechten, maar de inflatie in tegendeel bewust
wordt geschapen om het Recht in klassieke zin uit te schakelen
?
Tolerantie tegenover de vervuiling van het geestelijk en kultureel
leefklimaat gekoppeld aan intolerantie tegenover de traditionele
waarden is geen toevallige tegenstrijd, maar een bewuste politiek,
waartoe meer bepaald Herbert Marcuse heeft opgeroepen onder de
naam partisan-tolerance of discriminate-tolerance. Deze zogezegde
tolerantie diskrimineert tussen "korrekten" en "inkorrekten",
tussen wat volgens hén demokratisch is en wat volgens hén
ondemokratisch is. Zij is intolerant jegens de traditie en de
groepen die zich op de traditie durven beroepen, en tolerant jegens
alles wat de traditie uitschakelt en de groepen die tegen de traditie
te keer gaan. Deze "diskriminatie" durft men dan nog
soms "positieve" diskriminatie noemen.
Het gaat dan ook geenszins om de gelijkwaardigheid van verschillende
kulturen of godsdiensten, om de gelijkwaardigheid van de verschillende
mogelijke groepen in de maatschappij - om een kultuurrelativisme
dat ik niet in dezelfde mate verwerp als de openingsredenaar.
Het gaat om de totale gelijkschakeling, de totale homogenizering
van de mens. Het gaat niet om multikulturalisme in de zin van
erkenning van de eigenheid der kulturen, maar om multikulturalisme
in de zin van onteigening, van totale gelijkschakeling van alle
kulturen. Het gaat niet om tolerantie tegenover uiteenlopende
morele opvattingen, maar om intolerantie tegenover de moraal als
dusdanig. Het gaat niet om tolerantie tegenover uiteenlopende
godsdiensten, maar om intolerantie tegenover de godsdienst als
dusdanig. Het gaat niet om de gelijkheid van mannen en vrouwen,
maar om de afschaffing van de eigenheid van de man en de afschaffing
van de eigenheid van de vrouw. Het gaat om de verplichting tot
indifferentie.
Was U niet getroffen door twee kommentaren, met slechts twee dagen
tussentijd, van een "politiek korrekte" redakteurin
van De Standaard : op 30 oktober jl. maakt ze het arrest van het
Hof van Justitie van de EG dat positieve diskriminatie van vrouwen
veroordeelde, uit voor pervers, nadat zij twee dagen eerder het
idee van een droit à la différence voor kulturele
minderheden eveneens een pervers idee noemde en opriep tot een
combat républicain voor de sekuliere republiek, waarbij
ze de katolieke integristen als vijanden van deze republiek op
één lijn stelde met islamitische terroristen.
Subjektieve rechten zijn inderdaad werktuigen geworden van een
"doelgroepenbeleid". Doch zulk beleid zelf is ook maar
een tijdelijk werktuig, dat niet uit liefde voor die doelgroep
wordt gebruikt, maar uit haat tegenover elke ongelijkheid, tegenover
elke differentie. Het is de haat die sommigen, en niet van de
minsten, proberen te zaaien in alle lagen der bevolking, door
aan eenieder te veel te beloven en elkeen op te zetten tegen wie
meer is, meer kan, meer wil, meer doet5. En zij weten, met Marcuse
voorop, dat de gewone mens meestal die haat niet heeft, meestal
eerbied heeft voor wie meer is, meer kan, meer wil, meer doet,
zodat die haat slechts kan worden gezaaid bij hen die aan de kant
staan zijn, vrijwillig of door het noodlot. Een "doelgroepenbeleid"
is een zoeken naar groepen die het werktuig kunnen worden van
deze haat en drang naar gelijkschakeling.
Daartoe dan ook moet het onderscheid tussen "normaliteit"
en "abnormaliteit" worden uitgeroeid. Promoveer elke
afwijking van de traditie tot "anders-normaal" zijn;
kulpabilizeer wie de traditionele waarden hooghoudt met de slogan
dat wij eigenlijk allen abnormaal zijn, vooral wie meer is, meer
kan, meer wil, meer doet.
Zo is het recht paradoksaal genoeg een werktuig geworden voor
de totale "normalizering", voor de nivellement vers
le bas, aangezien het enkel op het nivo nul is dat de gelijkheid
kan worden verwezenlijkt. Op dat nivo kan een nieuwe wereld worden
opgebouwd, met een nieuwe mens - maar het zal een Brave New World
zijn en een ééndimensionale mens. Juridizering van
alle menselijke verhoudingen is het middel om elke differentie,
elke hiërarchie te lijf te gaan. Juridizeer de verhoudingen
binnen het gezin - zowel tussen echtgenoten als tussen ouders
en kinderen. Juridizeer de verhoudingen op school - het aanvechten
van eksamenbeslissingen of van de keuze van een school om al dan
niet gemengd te zijn. Juridizeer de verhoudingen binnen elk samenwerkingsverband.
Doe de rechter tussenkomen in binnenkerkelijke aangelegenheden,
zich moeien met de inwendige aangelegenheden van vrije verenigingen.
Kortom, gebruik het recht voor, naar het woord van Habermas, een
steeds verdergaande Kolonisation der Lebenswelt.
Daar het om de totale gelijkschakeling van de mens gaat, hou geen
halt bij haar of zijn daden, maar richt U ook, zelfs op de eerste
plaats, op haar of zijn geest, mentaliteit, gedachten. Beteugel
niet alleen rassistische daden door middel van de strafwet, maar
ook, zelfs allereerst, rassistische gedachten. Politiek inkorrekt
denken wordt zo een veel zwaardere zonde dan diskriminatie in
daad alleen.
Dit sluipend totalitair gif duikt overal op. Een banaal, maar
veelzeggend voorbeeld. Op de voorpagina van de krant6 wordt het
ongehoord geacht dat hardrijders eerst boven de 130 km/ uur geflitst
worden, niet zozeer omdat ze dan sneller rijden dan 130 km/uur,
maar omdat ze dan meestal wel 140 km/uur op de teller lezen en
dus denken dat ze 140 km/uur rijden. Niet alleen het hardrijden
moet worden gestraft, maar vooreerst al het verlangen ernaar,
de gedachte eraan. Dit noemt men "de mentaliteit vernaderen".
Dit noem ik kolonizatie van de geest.
5. Hoe slaagde een minderheid van haatzaaiers erin slagen om met
de benutting van enkele marginale groepen het klimaat te beheersen
? Hoe kon het zover komen. Mr. Keuleneer, U haalt enkele van de
oorzaken aan, maar ik zou ze meer in de verf zetten.
a) Zo is er zeker een Trahison des clercs (Julien Benda).
Zij die het hoge woord voeren hebben meegedaan aan het opbieden,
het teveel beloven, het haatzaaien, het viktimizeren. Zij hebben
bescherming van de kleine man verward met politiek van de kleinheid
en de verheffing van het volk met het aftoppen van haar elite.
Zij die het hoge woord voeren hebben meegedaan aan het vervlakken,
het macdonaldizeren, het versoapen, het atomizeren. Zij hebben
openheid van geest en tolerantie verward met minachting voor het
eigene en samenhorigheid met het volk met vulgariteit en simplisme.
En de anderen, zij zwijgen, zij abdikeren, zij buigen voor de
terreur van de political correctness, zij verstoppen zich in de
kleurloosheid.
b) Zo is ons maatschappelijk weefsel ontbonden7 door de weldaden
van de welvaartsstaat, door de steeds verdergaande kollektivizering,
sentralizering van de solidariteit, waardoor deze zogenaamde solidariteit
minder en minder berust op de reciprociteit van de kleinere gemeenschap,
de samenhorigheid binnen de eigen groep. De afbouw van de reciprociteit,
van de wederkerigheid van rechten en plichten jegens elkaar, maakt
het opeisen van rechten vrijblijvend, de maatschappij tot één
reuze zelfbedieningsmarkt, en ons fin de siècle tot een
"eis"tijdperk. Het leidt tot kollektief narcisme8, waarbij
men voortdurend à la carte leeft en weigert zich te vereenzelvigen
met een groep met een samenhangende waardenschaal. Dit is sekularizatie
in de meest ruime betekenis van het woord. Sterke kollektivizering
en ontworteld individualisme vormen daarbij geen tegenstelling,
maar bevestigen elkaar. Beiden steunen op de vernieling van de
volkskultuur, van de eigen kultuur van de verschillende bevolkingsgroepen,
-klassen en wijken, met eigen tradities, waarden en simbolen,
op de vernieling van de traditionele havens gezin, kerk en buurt9.
6. Ten slotte, mr. Keuleneer, uw remedie. Ik volg U waar U pleit
voor een beperking van de juridizering. Ik zou het nog duidelijker
stellen : wij hebben nood aan rechtsvrije ruimten10, waar het
non-diskriminatiebeginsel niet speelt.
Ik volg U niet helemaal, waar U meent het recht enkel wil laten
bestaan uit algemene gedragsnormen, die voor eenieder gelden,
waar U het recht terug in overeenstemming wil brengen met de universele
morele wet. Twee redenen heb ik daarvoor.
a) Ten eerste is het daarvoor te laat. De gelijkschakeling is
reeds te ver gevorderd. Wij moeten voorwaar de gelijkschakeling,
de verplichte indifferentie met alle macht bestrijden. Maar konservatisme
is daartoe niet meer de remedie, daar men slechts kan konserveren
wat nog is. Restauratie van de traditie is een inwendige tegenspraak11.
Met U weiger ik te geloven dat de door U beschreven ontwikkeling
onomkeerbaar is. Maar de kering kan slechts worden ingezet door
het verzet van kleine groepen. Niet van het doorhollende establishment,
noch van de aan massakultuur verslaafde Children of futility.
Herstel van de orthodoksie kan slechts komen van ketters. Tegenover
de traditionele politiek, de poging om de meerderheid te vormen,
plaats ik "The heretical imperative"12 van de minderheid.
De waarden van de traditie kunnen niet meer als aangeboren, universeel
worden opgenomen en verdedigd, maar nog slechts als het voorwerp
van een keuze. De vraag daarbij luidt - ik citeer prof. H. de
Dijn - "of nog voldoende individuen en groepen voeling
hebben al was het maar met brokstukken van een levende traditie
en of ze de sterkte en het vertrouwen bezitten om vandaaruit te
leven en de genade zullen ondervinden de betekenis, de subtiliteit
en de kwetsbare grootsheid van de transcendente waarden aan anderen
door te geven ondanks de druk van de postmoderne omgeving. Deze
omgeving, aangetast door de kankers van cynisme, apathie en excessiviteit
(...)"13.
b) Ten tweede meen ik dat wij niet het recht hebben onze waarden
en instituties op te leggen aan eenieder - in zoverre deel ik
het relativisme der kulturen - maar wel eenieder mogen verplichten
tot gemeenschapsvorming. Wij hebben recht nodig om ruimte te scheppen
voor kleine gemeenschappen. Het recht mag zich daar inhoudelijk
niet mee moeien, maar mag de ruimte ook niet overlaten aan de
allerindividueelste willekeur.
7. Beide redenen geven U en mij het recht om autonomie in verantwoordelijkheid
op te eisen voor die groep van mensen die wél uw of mijn
waarden deelt.
a) Internationaal hebben wij niet het recht onze levenswijze op
te leggen aan alle volkeren. Maar wij hebben wel het recht om,
waar er een zekere eigenheid is, onze levenswijze en eigenheid
op een een eigen territorium uit te bouwen. Wij hebben het recht
de lof der grenzen te zingen, de éloge des frontières
van Alain Finkielkraut14, omdat demokratie slechts mogelijk is
binnen grenzen en vrede door grenzen.
b) Binnen een land hebben wij niet het recht, ja op dit ogenblik
zelfs niet meer de mogelijkheid, traditionele waarden op te leggen
aan eenieder. Maar wij hebben het recht ze te vrijwaren onder
gelijkgezinden. Wie zich verzetten tegen de gelijkschakeling hebben
het recht én de plicht om daartoe zoveel mogelijk opzichten
van het menselijk leven te onttrekken aan de imperatieven van
de gelijkheid en de overheidsbemoeienis. Zij hebben het recht
deze te struktureren in vrije verenigingen, waarvan eenieder die
toetreedt de zelfbepaalde regels moet eerbiedigen. Zij hebben
het recht op een maatschappelijk middenveld van kleine gemeenschappen,
dat niet wordt gekolonizeerd door de ideologie van de non-diskriminatie.
Zij hebben het recht om in dat middenveld, aan de deur van hun
instellingen, te diskrimineren jegens wie hun waarden niet deelt
of eerbiedigt.
Binnen gewisse grenzen moeten wij elkeen de keuze laten in zijn
toebehoren tot de ene of de andere groep of gemeenschap, ja zonodig
laten overgaan tot het vormen van een nieuwe groep of gemeenschap,
tot een droit à la différence in groep. Maar hebben
wel het recht de individuele willekeur, de waardenbeleving à
la carte te stoppen. Wij hebben het recht elkeen tot keuze te
verplichten en tot solidariteit binnen de gekozen groep.
Het behoud van waarden, van het maatschappelijk weefsel, moet
komen van die minderheden, van kleine groepen die weigeren op
te gaan in de kleurloosheid, die zich verzetten tegen de gelijkschakeling.
Erken hun recht hun lot in eigen hand te nemen, hun eigen waarden
te beleven, los van de koepels en zuilen die hun eigenheid voor
een bord linzensoep hebben verkocht aan de tafel der machtigen.
Tegen de inflatie aan individuele mensenrechten en de daarmee
samenhangende kollektivizering van de private sfeer, pleit ik
dan ook voor groepsrechten. Groepsrechten niet in de zin van kwota,
waarbij elke groep eisen heeft jegens de rest van de maatschappij,
maar groepsrechten waarbij elke groep op bepaalde domeinen omgekeerd
het recht heeft zich niét om de andere groepen en hun regels
te bekommeren, maar zichzelf te bepalen in verantwoordelijkheid.
Wanneer b.v. ouders een school oprichten met een bepaalde levensovertuiging,
hebben zij het recht anderen, die deze niet wensen te delen, daaruit
te weren. Willen zij een niet-gemengde school, dan hebben zij
het recht die zo te houden.
Slechts een ruimte die vrij is van het non-diskriminatiebeginsel
heeft plaats voor andere menselijke waarden, die slechts door
diskriminatie kunnen bestaan. Liefde en vriendschap, eerbied en
trouw, waarheidsliefde en dankbaarheid kunnen slechts bestaan
bij gratie van diskriminatie.
Ik heb gezegd.